Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op een los blad (mogelijk een archiefkaart).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op een los blad (mogelijk een archiefkaart). 20 april 1943. [Linksboven:]
No 20/11/1 m 1943 62/4
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
vh marktwezen
alhier.
[Midden:]
Mw: C. Linthout - Lobbes neemt de
laatste jaren vrij geregeld een losse
standplaats met textiel goederen in.
Zowel op Noordermarkt en
Lindengracht.
[Linksonder:]
20 April 1943.
[Rechtsonder:]
v Buuren
vuhle... [onleesbaar]
[Grote handtekening/paraf, mogelijk "Nieuwenhuys"] Het document is een beknopte rapportage betreffende de handelsactiviteiten van een specifiek persoon, Mevrouw C. Linthout-Lobbes. De kern van de boodschap is de bevestiging dat zij reeds enkele jaren als "losse standwerker" (iemand zonder vaste, toegewezen plek) actief is in de verkoop van textiel.
De genoemde locaties, de Noordermarkt en de Lindengracht, zijn iconische marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan. De ambtelijke toon en de adressering aan de "Inspecteur van het Marktwezen" duiden op een interne controle of een verificatie voor een administratief proces, zoals een vergunningsaanvraag voor een vaste standplaats of een antecedentenonderzoek.
Het handschrift is een vlot lopend cursief schrift dat kenmerkend is voor de Nederlandse administratie in de mid-20e eeuw. De verschillende parafen suggereren dat de informatie door meerdere ambtenaren is ingezien of geaccordeerd. De datum van het document, 20 april 1943, plaatst deze notitie midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de controle op de economie en de distributie van goederen extreem streng. Textiel was een schaars goed dat uitsluitend op de bon (via het distributiestelsel) verhandeld mocht worden.
Tegelijkertijd voerde de bezetter een strikt beleid ten aanzien van markthandel. Joodse marktkooplieden waren in 1941 al van de markten verdreven, en de overgebleven handelaren stonden onder nauwlettend toezicht van de gemeente en de bezettingsautoriteiten om illegale handel ("zwarte handel") te voorkomen. Een rapportage als deze kon dienen om de legitimiteit van iemands aanwezigheid op de markt te staven in een tijd waarin elke economische activiteit tot in detail werd geregistreerd. C. Linthout Marktwezen
Samenvatting
Het document is een beknopte rapportage betreffende de handelsactiviteiten van een specifiek persoon, Mevrouw C. Linthout-Lobbes. De kern van de boodschap is de bevestiging dat zij reeds enkele jaren als "losse standwerker" (iemand zonder vaste, toegewezen plek) actief is in de verkoop van textiel.
De genoemde locaties, de Noordermarkt en de Lindengracht, zijn iconische marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan. De ambtelijke toon en de adressering aan de "Inspecteur van het Marktwezen" duiden op een interne controle of een verificatie voor een administratief proces, zoals een vergunningsaanvraag voor een vaste standplaats of een antecedentenonderzoek.
Het handschrift is een vlot lopend cursief schrift dat kenmerkend is voor de Nederlandse administratie in de mid-20e eeuw. De verschillende parafen suggereren dat de informatie door meerdere ambtenaren is ingezien of geaccordeerd.
Historische Context
De datum van het document, 20 april 1943, plaatst deze notitie midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de controle op de economie en de distributie van goederen extreem streng. Textiel was een schaars goed dat uitsluitend op de bon (via het distributiestelsel) verhandeld mocht worden.
Tegelijkertijd voerde de bezetter een strikt beleid ten aanzien van markthandel. Joodse marktkooplieden waren in 1941 al van de markten verdreven, en de overgebleven handelaren stonden onder nauwlettend toezicht van de gemeente en de bezettingsautoriteiten om illegale handel ("zwarte handel") te voorkomen. Een rapportage als deze kon dienen om de legitimiteit van iemands aanwezigheid op de markt te staven in een tijd waarin elke economische activiteit tot in detail werd geregistreerd.