Ambtsbrief / Officiële correspondentie
Origineel
Ambtsbrief / Officiële correspondentie De waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen) De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam [Stempel/Handgeschreven linksboven:] 8/g (?)
[Handgeschreven rechtsboven:] ter vold. aan de chef ter kennisneming
[Typschrift rechtsboven:] VB/SV
20/20/1 M.
16 Augustus 1943.
Opheffing Joodsche markten.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat in opdracht van den Wirtschaftsreferent bij het "Büro fur den Beauftragten fur die Stadt Amsterdam", den heer A.Gombault, met ingang van 9 Augustus 1943 de Joodsche markten, welke werden gehouden in de speeltuinen op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat, zijn opgeheven. Genoemde markten zijn ingevolge Besluit van den Burgemeester d.d. 8 Januari 1943 no. 1055 Z.M. 1942 met ingang van 1 Januari jl. onder andere aangewezen als tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkt voor den tijd van ten hoogste één jaar, derhalve tot en met 31 December aanstaande.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester bovengenoemd Besluit wordt gewijzigd in dier voege, dat de onder l. A VIII genoemde tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkt, welke werden gehouden in de speeltuinen op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat, met ingang van 9 Augustus 1943 worden opgeheven.
Tevens moge ik U beleefd verzoeken Uw Ambtgenoot voor het Onderwijs hiervan mededeeling te doen, opdat deze Afdeeling op bovenvermeldedatum weder over de vorenvermelde speeltuinen kan beschikken.
De Directeur,
wnd.
--- Deze brief is een administratieve afhandeling van een ingrijpende maatregel tijdens de Duitse bezetting van Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Duitse Instructie: De beslissing tot opheffing komt niet van het Amsterdamse stadsbestuur zelf, maar is een direct bevel van de Wirtschaftsreferent verbonden aan de Beauftragte voor Amsterdam (A. Gombault). Dit illustreert de ondergeschikte rol van het Nederlandse civiele bestuur aan de bezetter.
- Locaties: Het betreft markten die gevestigd waren in speeltuinen aan het Waterlooplein en de Gaaspstraat. Deze locaties waren begin 1943 aangewezen om de Joodse bevolking te isoleren en te segregeren van de reguliere markten.
- Bureaucratische Procedure: De schrijver vraagt de wethouder om een formeel burgemeestersbesluit te laten aanpassen. Ondanks de gewelddadige context van de oorlog, bleef het ambtelijke apparaat volgens strikte regels functioneren.
- Teruggave aan Onderwijs: Opvallend is het verzoek om de wethouder van Onderwijs in te lichten, zodat de speeltuinen weer voor hun oorspronkelijke doel (voor niet-Joodse kinderen) gebruikt konden worden.
--- Dit document stamt uit een gitzwarte periode in de geschiedenis van Amsterdam. In de zomer van 1943 was de Jodenvervolging in een finale fase beland.
Vanaf 1941 voerden de nazi's steeds strengere beperkingen in voor Joden. Zij mochten op een gegeven moment alleen nog tussen bepaalde tijden en op specifieke locaties winkelen of naar de markt. In januari 1943 werden speciale "Joodse markten" ingericht, vaak op omheinde plekken zoals speeltuinen, om de isolatie te voltooien.
De datum van deze brief, 16 augustus 1943, is cruciaal. Tegen die tijd was het overgrote deel van de Joodse Amsterdammers al gedeporteerd via kamp Westerbork naar de vernietigingskampen in het oosten. Na de grote razzia's van mei en juni 1943 waren de Joodse wijken nagenoeg leeg. De opheffing van de markten in augustus 1943 was dan ook een direct gevolg van het feit dat er simpelweg bijna geen Joodse klanten of kooplieden meer over waren in de stad. Het document is daarmee een kil administratief bewijs van de voltooiing van de deportaties in Amsterdam.