Officieel afschrift van een besluit/brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit/brief van de Gemeente Amsterdam. 16 december 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). No. 20/20/4ᶜ M. 1943 ¹⁷/₁₂ [handgeschreven toevoeging]
[Handgeschreven aantekening in het midden boven:]
na Dir
afd Insp
y
[Rechtsboven handgeschreven:]
Markten
986 '43 16 December 1943.
Straf.
Ik deel U mede te hebben besloten, U met ingang van 13 December 1943 het recht tot het innemen van een plaats op een der markten hier ter stede voor onbepaalden tijd te ontnemen, aangezien U op de markt gebak hebt verkocht, zonder daarvoor de vereischte distributiebons in te nemen.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel in paarse inkt] Dit document betreft een officiële strafoplegging aan een (in dit afschrift anoniem gebleven) marktkoopman in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De sanctie is zwaar: een verbod voor onbepaalde tijd om op de Amsterdamse markten te staan. De aanleiding is een economisch delict: de verkoop van "gebak" zonder het innen van de wettelijk verplichte distributiebonnen.
Het document is een getypt afschrift van het origineel, wat blijkt uit de aanduiding "(get.)" voor de namen van de ondertekenaars. De initialen "vM" linksonder de tekst verwijzen waarschijnlijk naar de ambtenaar die de brief heeft opgesteld. De handgeschreven aantekeningen bovenin duiden op de administratieve verwerking binnen de gemeentelijke afdelingen (waarschijnlijk de Inspectie van de Markten). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de schaarste in Nederland groot en was bijna alles "op de bon". Het distributiestelsel was bedoeld om de beperkte voorraden eerlijk te verdelen, maar diende ook om de economie onder controle van de bezetter te houden. Overtredingen, zoals verkoop buiten het bonnenstelsel om (zwarte handel), werden door het bestuur streng gestraft.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam (1941-1945). Onder zijn bewind werkte het stadsapparaat nauw samen met de bezettingsautoriteiten. De handhaving van de distributiewetten was een prioriteit om de orde te handhaven en economische sabotage tegen te gaan. Dit document illustreert hoe de dagelijkse handel op de markt onderworpen was aan de repressieve bureaucratie van de bezettingstijd.