Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 212
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (bezwaarschrift).

12 september 1943. Dossier: 20/20/4

Origineel

Handgeschreven brief (bezwaarschrift). 12 september 1943. No 20/20/4A M 7/9 43 [tussenvoeging: 12 September 1943]

Mijnheer de [gestempeld: No. 20/20/4 M. 1943 17/9] Directeur

Langs deze weg hoop ik uw aan-
dacht te vragen voor mijn geval
daar ik door Omstandig heden er
Onbewust beschuldigt word van
het toe laten van het verkoopen
van gerookte aal Maar ik dezen
dag het zo druk had met mijn
klanten kon ik mijn aandacht
niet bepalen bij het geen wat ik
niet dult aan mijn kraam en de geen
waar door ik straf heeft de gelegenheid
heeft waar genomen Maar de persoon
ook de zelfden straf heeft als ik maar
er geen hinder van heeft [invoeging: dat ze geen]
standplaats hebben en tevens ook meer
en ander koopman in gevaar hunner
brengen wan nu ze hun gerookte
paling aan dezen hun kraam zou verkoopen
wordt weer den verhuurder gestraft
dus volgens mijn inzicht is dat
niet eerlijk want de geen die het
verbaal heeft op gemaakt had de
persoon mee moeten neemen naar het
posthuis en moeten de gerookten paling De schrijver, vermoedelijk een marktkraamhouder, richt zich tot een directeur (waarschijnlijk van de Marktwezen-instantie of de plaatselijke politie) om een opgelegde straf aan te vechten. De schrijver is bekeurd omdat er bij diens kraam gerookte aal (paling) werd verkocht door een derde partij.

De argumentatie van de schrijver is als volgt:
1. Onwetendheid door drukte: De schrijver was te druk met het bedienen van eigen klanten om de illegale handel bij de kraam op te merken.
2. Onrechtvaardigheid van de strafmaat: De eigenlijke dader (iemand zonder vaste standplaats) heeft weliswaar dezelfde straf gekregen, maar de schrijver vindt dat deze persoon er minder "hinder" van ondervindt. Voor de legale koopman staat de vergunning of de goede naam op het spel.
3. Procedurefout: De schrijver stelt dat de opsporingsambtenaar ("de geen die het verbaal heeft op gemaakt") de dader direct had moeten aanhouden en met de vis naar het "posthuis" (politiebureau) had moeten brengen, in plaats van de kraamhouder verantwoordelijk te houden.

Het handschrift is redelijk leesbaar, hoewel de spelling niet altijd correct is (bijv. "wan" voor "want", "de geen" voor "degene", en "Omstandig heden" als twee woorden). Het document stamt uit september 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd via het distributiestelsel. Producten zoals gerookte paling waren gewilde handelswaar op de zwarte markt. De autoriteiten controleerden markten streng op illegale handel en prijsopdrijving.

De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van legale handelaren die enerzijds te maken hadden met strenge regelgeving en anderzijds met 'beunhazen' of zwarte handelaren die misbruik maakten van de drukte bij legale kramen. De angst van de schrijver voor straf is begrijpelijk, aangezien overtredingen in oorlogstijd zware gevolgen konden hebben voor de bedrijfsvoering. Marktwezen Politie

Samenvatting

De schrijver, vermoedelijk een marktkraamhouder, richt zich tot een directeur (waarschijnlijk van de Marktwezen-instantie of de plaatselijke politie) om een opgelegde straf aan te vechten. De schrijver is bekeurd omdat er bij diens kraam gerookte aal (paling) werd verkocht door een derde partij.

De argumentatie van de schrijver is als volgt:
1. Onwetendheid door drukte: De schrijver was te druk met het bedienen van eigen klanten om de illegale handel bij de kraam op te merken.
2. Onrechtvaardigheid van de strafmaat: De eigenlijke dader (iemand zonder vaste standplaats) heeft weliswaar dezelfde straf gekregen, maar de schrijver vindt dat deze persoon er minder "hinder" van ondervindt. Voor de legale koopman staat de vergunning of de goede naam op het spel.
3. Procedurefout: De schrijver stelt dat de opsporingsambtenaar ("de geen die het verbaal heeft op gemaakt") de dader direct had moeten aanhouden en met de vis naar het "posthuis" (politiebureau) had moeten brengen, in plaats van de kraamhouder verantwoordelijk te houden.

Het handschrift is redelijk leesbaar, hoewel de spelling niet altijd correct is (bijv. "wan" voor "want", "de geen" voor "degene", en "Omstandig heden" als twee woorden).

Historische Context

Het document stamt uit september 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd via het distributiestelsel. Producten zoals gerookte paling waren gewilde handelswaar op de zwarte markt. De autoriteiten controleerden markten streng op illegale handel en prijsopdrijving.

De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van legale handelaren die enerzijds te maken hadden met strenge regelgeving en anderzijds met 'beunhazen' of zwarte handelaren die misbruik maakten van de drukte bij legale kramen. De angst van de schrijver voor straf is begrijpelijk, aangezien overtredingen in oorlogstijd zware gevolgen konden hebben voor de bedrijfsvoering.

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6