Archiefdocument
Origineel
13 september 1943. GEMEENTE AMSTERDAM
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-,
bad- en zweminrichtingen,
Afd. L.M. No. 486 '43 Bijlagen Uw brief: Datum: 13 September 1943
S t r a f
Ik deel U mede te hebben besloten U met ingang van 8 September 1943 voor den tijd van één jaar het recht tot het innemen van een plaats op één der markten te ontnemen, wegens het op de markt op de Nieuwmarkt verkoopen of te koop aanbieden van bonlooze broodjes en/of bonlooze koek of gebak.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
[handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[handtekening: P.F. Taminiau]
Stadsdrukkerij Amsterdam
15881-7-43-500 * Inhoud: Het document is een officiële aanzegging van een strafmaatregel aan een niet bij naam genoemde markthandelaar. De handelaar krijgt een marktverbod van één jaar voor alle Amsterdamse markten.
* Overtreding: De reden voor de straf is de verkoop van "bonlooze" waren (broodjes, koek of gebak) op de Nieuwmarkt. Dit betekent dat de goederen werden verkocht zonder dat de koper de vereiste distributiebonnen inleverde.
* Handtekeningen: De brief is ondertekend door Edward Voûte, de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam, en P.F. Taminiau, de toenmalige gemeentesecretaris.
* Administratieve details: Linksonder staat het stempel van de Stadsdrukkerij met een oplagecode die aangeeft dat dit een standaardformulier was dat in juli 1943 in een oplage van 500 stuks is gedrukt, wat suggereert dat dit type overtreding en straf veelvuldig voorkwam. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de grote schaarste was er een streng distributiesysteem van kracht. Alle essentiële levensmiddelen waren "op de bon".
Het verkopen van goederen zonder bonnen ("bonloos") werd gezien als een economisch delict en was een vorm van zwarte handel. De overheid trad hier hard tegen op om het distributiesysteem in stand te houden en illegale handel te ontmoedigen. Voor een markthandelaar betekende een verbod van een jaar het verlies van zijn legale bron van inkomsten in een toch al extreem moeilijke tijd.
De Nieuwmarkt, waar de overtreding plaatsvond, was van oudsher een belangrijk handelscentrum in Amsterdam, maar bevond zich gedurende een groot deel van de oorlog aan de rand van de afgesloten Joodse wijk (Joodse Buurt), wat de dynamiek op de markt extra beladen maakte. L.M. No O.Z. Voorburgwal P.F. Taminiau Gemeente Amsterdam
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een officiële aanzegging van een strafmaatregel aan een niet bij naam genoemde markthandelaar. De handelaar krijgt een marktverbod van één jaar voor alle Amsterdamse markten.
- Overtreding: De reden voor de straf is de verkoop van "bonlooze" waren (broodjes, koek of gebak) op de Nieuwmarkt. Dit betekent dat de goederen werden verkocht zonder dat de koper de vereiste distributiebonnen inleverde.
- Handtekeningen: De brief is ondertekend door Edward Voûte, de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam, en P.F. Taminiau, de toenmalige gemeentesecretaris.
- Administratieve details: Linksonder staat het stempel van de Stadsdrukkerij met een oplagecode die aangeeft dat dit een standaardformulier was dat in juli 1943 in een oplage van 500 stuks is gedrukt, wat suggereert dat dit type overtreding en straf veelvuldig voorkwam.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de grote schaarste was er een streng distributiesysteem van kracht. Alle essentiële levensmiddelen waren "op de bon".
Het verkopen van goederen zonder bonnen ("bonloos") werd gezien als een economisch delict en was een vorm van zwarte handel. De overheid trad hier hard tegen op om het distributiesysteem in stand te houden en illegale handel te ontmoedigen. Voor een markthandelaar betekende een verbod van een jaar het verlies van zijn legale bron van inkomsten in een toch al extreem moeilijke tijd.
De Nieuwmarkt, waar de overtreding plaatsvond, was van oudsher een belangrijk handelscentrum in Amsterdam, maar bevond zich gedurende een groot deel van de oorlog aan de rand van de afgesloten Joodse wijk (Joodse Buurt), wat de dynamiek op de markt extra beladen maakte.