Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 288
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekening.

12 november 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekening. 12 november 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). Handgeschreven in blauw/paars potlood bovenaan:
Verzonden 12/11 [onleesbaar, mogelijk paraaf]

Getypte tekst:
20/20/13b. 1 12 November 1943. SV.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r.
============

In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen, afschrift van een rapport op 11
November jl. opgemaakt door een ambtenaar van
mijn dienst, waaruit blijkt, dat P.Piekstra,
geboren 16 September 1896, wonende Schinkelkade
23A, alhier zich heeft schuldig gemaakt aan over-
treding van de distributievoorschriften ,namelijk
het verkoopen van gebak zonder bon.
Op grond hiervan heb ik P.Piekstra voor-
noemd met ingang van Maandag 15 November 1943
het recht ontzegd om gedurende 14 dagen een plaats
op een der markten te dezer stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat in aansluiting op
mijn straf genoemde koopman bij Besluit van den
Burgemeester het recht tot het innemen van een
plaats op een der markten hier ter stede voor
onbepaalden tijd wordt ontnomen. Op grond van
het bepaalde in artikel 39 van het Reglement op
de Markten en wel met ingang van Maandag 29
November 1943.

De Directeur, De brief betreft een officiële melding van een ambtenaar aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over een strafmaatregel tegen een marktkoopman genaamd P. Piekstra. De man is betrapt op het verkopen van gebak zonder de vereiste distributiebonnen.

De directeur heeft Piekstra reeds een onmiddellijke schorsing van 14 dagen opgelegd (van 15 t/m 28 november 1943). Hij verzoekt de wethouder nu om via een burgemeestersbesluit deze straf om te zetten in een ontzegging voor onbepaalde tijd, ingaande op 29 november 1943. De toon is formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen", "U beleefd te verzoeken"). Er wordt strikt verwezen naar het Reglement op de Markten (artikel 39). Dit document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de enorme schaarste aan voedsel en grondstoffen was het distributiestelsel (het systeem met bonkaarten) van vitaal belang om de schaarse goederen eerlijk te verdelen.

De verkoop van "gebak zonder bon" werd gezien als zwarte handel. De autoriteiten traden hier zeer streng tegen op om de controle over de voedselvoorziening te behouden. Een verbod voor onbepaalde tijd om op de markt te staan betekende in feite een beroepsverbod en daarmee het verlies van het inkomen van de betrokkene. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in die periode vaak een vertrouwensman van de bezetter of een NSB-sympathisant, aangezien de democratische gemeentebesturen waren ontbonden of gelijkgeschakeld.

Samenvatting

De brief betreft een officiële melding van een ambtenaar aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over een strafmaatregel tegen een marktkoopman genaamd P. Piekstra. De man is betrapt op het verkopen van gebak zonder de vereiste distributiebonnen.

De directeur heeft Piekstra reeds een onmiddellijke schorsing van 14 dagen opgelegd (van 15 t/m 28 november 1943). Hij verzoekt de wethouder nu om via een burgemeestersbesluit deze straf om te zetten in een ontzegging voor onbepaalde tijd, ingaande op 29 november 1943. De toon is formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen", "U beleefd te verzoeken"). Er wordt strikt verwezen naar het Reglement op de Markten (artikel 39).

Historische Context

Dit document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de enorme schaarste aan voedsel en grondstoffen was het distributiestelsel (het systeem met bonkaarten) van vitaal belang om de schaarse goederen eerlijk te verdelen.

De verkoop van "gebak zonder bon" werd gezien als zwarte handel. De autoriteiten traden hier zeer streng tegen op om de controle over de voedselvoorziening te behouden. Een verbod voor onbepaalde tijd om op de markt te staan betekende in feite een beroepsverbod en daarmee het verlies van het inkomen van de betrokkene. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in die periode vaak een vertrouwensman van de bezetter of een NSB-sympathisant, aangezien de democratische gemeentebesturen waren ontbonden of gelijkgeschakeld.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6