Archiefdocument
Origineel
7 oktober 1943. Brief № 20/40/1 M '43.
Deze koopman is mij bekend
tijdens ik dienst heb op het Amstelveld.
Kan m.i. voor een losse plaats op
deze markt in aanmerking komen.
A'dam 7/10 43 [Handtekening, mogelijk Mung.]
[Aantekening in de rechterbenedenhoek, schuingeschreven:]
is standwerker
volgens r Burg 8
Dijkstra. 1/10 De tekst is een korte, ambtelijke aanbeveling voor een niet nader genoemde koopman. De schrijver, vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder, verklaart dat de koopman hem bekend is van zijn diensttijd op de markt van het Amstelveld. Op basis hiervan adviseert hij dat de man in aanmerking kan komen voor een 'losse plaats' (een dagplaats voor kooplieden zonder vaste standplaats) op diezelfde markt.
De afkorting 'm.i.' betekent 'mijns inziens'. De aantekening rechtsonder lijkt een verificatie door een andere ambtenaar (Dijkstra), die bevestigt dat de persoon als 'standwerker' geregistreerd staat, mogelijk verwijzend naar een rapport of register 'Burg 8'. Het document stamt uit oktober 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De 'M' in het referentienummer staat zeer waarschijnlijk voor 'Marktwezen', de gemeentelijke dienst in Amsterdam die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten.
Tijdens de oorlogsjaren was de controle op de markthandel uiterst streng. Enerzijds was er sprake van schaarste en distributie, anderzijds werden Joodse kooplieden stelselmatig uitgesloten van reguliere markten zoals die op het Amstelveld. Administratieve briefjes als deze vormden de papieren werkelijkheid waarin werd bepaald wie wel en wie geen recht had op een plek om handel te drijven en zo in zijn levensonderhoud te voorzien. De markt op het Amstelveld was destijds (en is nog steeds) een bekende Amsterdamse marktlocatie, in die tijd vooral gericht op bloemen en planten. Marktwezen
Samenvatting
De tekst is een korte, ambtelijke aanbeveling voor een niet nader genoemde koopman. De schrijver, vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder, verklaart dat de koopman hem bekend is van zijn diensttijd op de markt van het Amstelveld. Op basis hiervan adviseert hij dat de man in aanmerking kan komen voor een 'losse plaats' (een dagplaats voor kooplieden zonder vaste standplaats) op diezelfde markt.
De afkorting 'm.i.' betekent 'mijns inziens'. De aantekening rechtsonder lijkt een verificatie door een andere ambtenaar (Dijkstra), die bevestigt dat de persoon als 'standwerker' geregistreerd staat, mogelijk verwijzend naar een rapport of register 'Burg 8'.
Historische Context
Het document stamt uit oktober 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De 'M' in het referentienummer staat zeer waarschijnlijk voor 'Marktwezen', de gemeentelijke dienst in Amsterdam die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten.
Tijdens de oorlogsjaren was de controle op de markthandel uiterst streng. Enerzijds was er sprake van schaarste en distributie, anderzijds werden Joodse kooplieden stelselmatig uitgesloten van reguliere markten zoals die op het Amstelveld. Administratieve briefjes als deze vormden de papieren werkelijkheid waarin werd bepaald wie wel en wie geen recht had op een plek om handel te drijven en zo in zijn levensonderhoud te voorzien. De markt op het Amstelveld was destijds (en is nog steeds) een bekende Amsterdamse marktlocatie, in die tijd vooral gericht op bloemen en planten.