Handgeschreven zakelijke brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief (verzoekschrift). 26 oktober 1943 (afgeleid van het administratieve stempel "M. 1943 26/10"). J. Marisjen, wonende aan de Soembawastraat 58 hs, Amsterdam. Directie Marktwezen te Amsterdam. No. 20/49/1 M. 1943 26/10
Aan Directie
Marktwezen
350
M.H.! [Mijne Heren]
Daar ik vernomen heb dat het
bezoeken van de markten in Amsterdam
voortaan met een vergunning moet
gepaard gaan; verzoek ik met de meeste
eerbied om zoo'n vergunning.
Daar ik standwerker ben en nu
op de eene en dan op de andere markt
in Amsterdam sta verzoeke ik vergunning
voor de navolgende markten; t.w. Dapperstraat
Amstelveld. Albert. Cuypstr. Lindengracht
Ter Kate str. en Nieuwe markt.
Ik heb jaren een vaste standplaats gehad
in de jodenhoek op Uilenburg.
Hoopende aan mijn verzoek te voldoen
teeken ik mij
Hoogachtend.
J. Marisjen
Adres.
J. Marisjen
Soembawastr. 58 hs
Amsterdam. (O.) In deze brief verzoekt J. Marisjen, een standwerker, om een officiële vergunning om zijn beroep uit te mogen oefenen op diverse markten in Amsterdam. De aanleiding is een nieuwe regeling ("dat het bezoeken van de markten [...] voortaan met een vergunning moet gepaard gaan").
De schrijver somt de markten op waar hij werkzaam wil zijn: de Dapperstraat, het Amstelveld, de Albert Cuypstraat, de Lindengracht, de Ten Katestraat en de Nieuwmarkt. Hij probeert zijn verzoek kracht bij te zetten door te wijzen op zijn jarenlange ervaring als handelaar met een vaste plek op Uilenburg. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("met de meeste eerbied"), passend bij de verhouding tussen burger en overheid in die tijd. De brief dateert uit oktober 1943, een dieptepunt in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bezetter voerde steeds strengere controles en vergunningenstelsels in om de economie en de bevolking te beheersen.
De passage over de "jodenhoek op Uilenburg" is historisch zeer aangrijpend. Tegen het najaar van 1943 was de Joodse bevolking van Amsterdam vrijwel volledig gedeporteerd. De markten in de Joodse buurt, die voor de oorlog het kloppend hart van de handel in de stad vormden, bestonden niet meer in hun oorspronkelijke vorm. Marisjen, vermoedelijk een niet-Joodse handelaar, zag zich door het verdwijnen van de Joodse klandizie en de marktstructuur aldaar genoodzaakt zijn heil elders in de stad te zoeken. Dit document illustreert hoe de Holocaust niet alleen een menselijk drama was, maar ook de eeuwenoude sociaaleconomische weefsels van Amsterdam gewelddadig ontwrichtte. J. Marisjen Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt J. Marisjen, een standwerker, om een officiële vergunning om zijn beroep uit te mogen oefenen op diverse markten in Amsterdam. De aanleiding is een nieuwe regeling ("dat het bezoeken van de markten [...] voortaan met een vergunning moet gepaard gaan").
De schrijver somt de markten op waar hij werkzaam wil zijn: de Dapperstraat, het Amstelveld, de Albert Cuypstraat, de Lindengracht, de Ten Katestraat en de Nieuwmarkt. Hij probeert zijn verzoek kracht bij te zetten door te wijzen op zijn jarenlange ervaring als handelaar met een vaste plek op Uilenburg. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("met de meeste eerbied"), passend bij de verhouding tussen burger en overheid in die tijd.
Historische Context
De brief dateert uit oktober 1943, een dieptepunt in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bezetter voerde steeds strengere controles en vergunningenstelsels in om de economie en de bevolking te beheersen.
De passage over de "jodenhoek op Uilenburg" is historisch zeer aangrijpend. Tegen het najaar van 1943 was de Joodse bevolking van Amsterdam vrijwel volledig gedeporteerd. De markten in de Joodse buurt, die voor de oorlog het kloppend hart van de handel in de stad vormden, bestonden niet meer in hun oorspronkelijke vorm. Marisjen, vermoedelijk een niet-Joodse handelaar, zag zich door het verdwijnen van de Joodse klandizie en de marktstructuur aldaar genoodzaakt zijn heil elders in de stad te zoeken. Dit document illustreert hoe de Holocaust niet alleen een menselijk drama was, maar ook de eeuwenoude sociaaleconomische weefsels van Amsterdam gewelddadig ontwrichtte.