Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 411
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/archiefstuk) met handgeschreven kanttekeningen.

30 oktober 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een verwante gemeentelijke afdeling).

Origineel

Getypte brief (doorslag/archiefstuk) met handgeschreven kanttekeningen. 30 oktober 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een verwante gemeentelijke afdeling). [Handgeschreven, bovenin:]
Verzonden 30/10 [onleesbare paraaf]
Ingek.

[Getypt:]
S/SV

20/56/1 H.

30 October 1943.

Regeling plaatsen
dagmarkten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========

Hiermede heb ik de eer U voor de goede orde het volgende te berichten.
In een bespreking welke ik jl. Augustus met U had ter zake van het verkoopen van bonloos gebak op de markten, meer in het bijzonder het geval E.H. Gouderiaan werd afgesproken dat ik, teneinde de toepassing van straffen op losse kooplieden op de algemeene dag- en weekmarkten effectief te maken, zou overgaan tot het uitreiken van legitimatiekaarten aan die losse kooplieden welke geacht konden worden min of meer regelmatig het bedrijf van marktkoopman uit te oefenen. Bij de bestaande situatie was het namelijk dat bij eventueele straf een familielid van den betrokkene diens bedrijf op de markt kon voortzetten daar op grond van de bepalingen in het bestaande Reglement op de Markten iedere burger voor een losse plaats in aanmerking kon komen.
Tevens werd afgesproken, dat nadat met dezen maatregel ervaring zou zijn opgedaan te zijner tijd nadere voorstellen tot wijzigingen van het Reglement op de markten zouden worden gedaan.
Het onderzoek naar de antecedenten der verschillende gegadigden heeft eenigen tijd in beslag genomen; evenwel kan thans met ingang van 1 November aanstaande met de invoering der bewuste maatregel worden begonnen, zoodat van dien datum af uitsluitend bij den dienst geregistreerde personen op de markten mogen staan.
Ik moge U erop wijzen, dat reeds verschillende aanvragen voor een legitimatiekaart voor een losse plaats door mij zijn afgewezen, omdat de betreffende personen niet als bona fide marktkooplieden konden worden beschouwd. Ik zal U te zijner tijd van de resultaten van dezen maatregelen op de hoogte stellen.

De Directeur, Dit document is een ambtelijke brief uit de Tweede Wereldoorlog (oktober 1943) waarin een nieuwe regeling voor marktkooplieden wordt aangekondigd. De kern van de brief is de invoering van een legitimatieplicht voor 'losse' (niet-vaste) marktkooplieden.

De aanleiding voor deze maatregel is tweeledig:
1. Handhaving van distributieregels: Er werd "bonloos gebak" verkocht, wat duidt op handel buiten het officiële bonnenstelsel (zwarte handel of ontduiking van de rantsoenering).
2. Sluiten van juridische achterdeurtjes: Voorheen kon een gestrafte koopman eenvoudig worden vervangen door een familielid, omdat iedereen recht had op een losse staanplaats. Door de invoering van persoonsgebonden legitimatiekaarten wordt dit onmogelijk gemaakt.

De brief toont aan dat de lokale overheid in 1943 de controle op de economie en de markt strenger aanhaalde. Er wordt expliciet gesproken over een onderzoek naar "antecedenten" en het weren van personen die niet als "bona fide" (te goeder trouw) worden beschouwd. Dit wijst op een scherpe selectie aan de poort. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor een eerlijke verdeling van de schaarse goederen. Omdat de tekorten in 1943 toenamen, tierde de zwarte handel welig.

Het genoemde "bonloos gebak" was een overtreding van de distributiewetten; voor bijna alle voedingsmiddelen waren bonnen uit het distributiestamkaart-systeem nodig. De overheid probeerde de grip op de markten te versterken om te voorkomen dat goederen buiten het systeem om werden verkocht. De invoering van legitimatiekaarten paste in de bredere trend van de bezettingstijd, waarbij registratie en controle van burgers en hun economische activiteiten steeds verder werden doorgevoerd. De genoemde "E.H. Gouderiaan" dient hierbij waarschijnlijk als een casus die de noodzaak voor de nieuwe regelgeving onderstreepte.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke brief uit de Tweede Wereldoorlog (oktober 1943) waarin een nieuwe regeling voor marktkooplieden wordt aangekondigd. De kern van de brief is de invoering van een legitimatieplicht voor 'losse' (niet-vaste) marktkooplieden.

De aanleiding voor deze maatregel is tweeledig:
1. Handhaving van distributieregels: Er werd "bonloos gebak" verkocht, wat duidt op handel buiten het officiële bonnenstelsel (zwarte handel of ontduiking van de rantsoenering).
2. Sluiten van juridische achterdeurtjes: Voorheen kon een gestrafte koopman eenvoudig worden vervangen door een familielid, omdat iedereen recht had op een losse staanplaats. Door de invoering van persoonsgebonden legitimatiekaarten wordt dit onmogelijk gemaakt.

De brief toont aan dat de lokale overheid in 1943 de controle op de economie en de markt strenger aanhaalde. Er wordt expliciet gesproken over een onderzoek naar "antecedenten" en het weren van personen die niet als "bona fide" (te goeder trouw) worden beschouwd. Dit wijst op een scherpe selectie aan de poort.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor een eerlijke verdeling van de schaarse goederen. Omdat de tekorten in 1943 toenamen, tierde de zwarte handel welig.

Het genoemde "bonloos gebak" was een overtreding van de distributiewetten; voor bijna alle voedingsmiddelen waren bonnen uit het distributiestamkaart-systeem nodig. De overheid probeerde de grip op de markten te versterken om te voorkomen dat goederen buiten het systeem om werden verkocht. De invoering van legitimatiekaarten paste in de bredere trend van de bezettingstijd, waarbij registratie en controle van burgers en hun economische activiteiten steeds verder werden doorgevoerd. De genoemde "E.H. Gouderiaan" dient hierbij waarschijnlijk als een casus die de noodzaak voor de nieuwe regelgeving onderstreepte.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6