Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 410
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

Van: Th. M. Willemsz, woonachtig aan de Coppelstokstraat 56 huis (Amsterdam).

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). Th. M. Willemsz, woonachtig aan de Coppelstokstraat 56 huis (Amsterdam). inlechtingen heb verstrekt, vraag ik
u beleefd, als nog, in aanmerking te komen
voor een vergunning, daar ik ge pensje-
neerd ben, en mijn in komen, van dien-
aard is, dat ik er niet van bestaan kan,
ik ben Ruim 26 jaar, bij de gemeente tram,
in dienst geweest, en wegens gezondheids
Redenen af gekeurd, staan ik op een pens-
joen, van acht honderd, Vijf en negen-
tig gulden per jaar, dus u kunt wel na
gaan, waar ik van leven moet,
en nu, heb ik nog zoo veel handel thuis,
waar me geld in zit, dat het zou me-
spijten van me geld, want dat krijg ik-
nooit meer terug, ik zou niet weten waar
ik het zou moeten verkopen voor (het) geene
ik er voor ge geven heb,

zoo vraach ik u beleefd, mij daar
in te willen bij staan,

Hoog Achtend
Th. M. Willemsz
Coppelstokstraat 56 huis

[Ambtelijke kanttekeningen in rood/blauw:]
geb. 13 Maart 1883 ± 1 mei ’43
Staat sinds ingevolge inlichtingen
en mededeeling van de Kok
op de Zuidergracht en Maandags
Noordermarkt
29/10/43 [paraaf] * Taalgebruik: Het document is geschreven in een wat formeel maar niet foutloos Nederlands, typerend voor de arbeidersklasse uit de vroege 20e eeuw. Opvallend zijn de fonetische spellingen en archaïsmen zoals "inlechtingen", "pensje-neerd", "pensjoen" en "vraach". De schrijver hanteert de hoffelijkheidsvorm ("u beleefd").
* Inhoud: De afzender, een voormalig medewerker van de Gemeentetram (Amsterdam), vraagt om een vergunning. Hij voert aan dat hij na 26 dienstjaren om medische redenen is afgekeurd en nu moet rondkomen van een pensioen van slechts 895 gulden per jaar, wat onvoldoende is om van te leven. Hij heeft een voorraad handelswaar ("handel") thuis liggen waar al zijn kapitaal in zit en die hij legaal wil verkopen om zijn verlies te beperken.
* Ambtelijke verwerking: De kanttekeningen onderaan geven cruciale achtergrondinformatie. De schrijver is geboren in 1883. De controleur stelt vast dat de man (blijkbaar al zonder vergunning) handelt op de Zuidergracht en op maandagen op de Noordermarkt in Amsterdam. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (1943). In deze tijd was de economische situatie precair en was de handel strikt gereguleerd via vergunningenstelsels. Voor veel gepensioneerden met een klein staatspensioen of bedrijfspensioen was de zwarte markt of kleinschalige straathandel de enige manier om aan voldoende middelen voor voedsel en brandstof te komen.

De vermelding van de "Gemeentetram" is historisch interessant; dit was een grote werkgever in Amsterdam (de voorloper van het huidige GVB). Het genoemde bedrag van 895 gulden per jaar was in 1943 inderdaad een zeer krap inkomen, zeker gezien de enorme inflatie en de hoge prijzen op de vrije markt tijdens de oorlogsjaren. De brief weerspiegelt de wanhoop van een kleine burger die probeert binnen de kaders van de wet te overleven.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in een wat formeel maar niet foutloos Nederlands, typerend voor de arbeidersklasse uit de vroege 20e eeuw. Opvallend zijn de fonetische spellingen en archaïsmen zoals "inlechtingen", "pensje-neerd", "pensjoen" en "vraach". De schrijver hanteert de hoffelijkheidsvorm ("u beleefd").
  • Inhoud: De afzender, een voormalig medewerker van de Gemeentetram (Amsterdam), vraagt om een vergunning. Hij voert aan dat hij na 26 dienstjaren om medische redenen is afgekeurd en nu moet rondkomen van een pensioen van slechts 895 gulden per jaar, wat onvoldoende is om van te leven. Hij heeft een voorraad handelswaar ("handel") thuis liggen waar al zijn kapitaal in zit en die hij legaal wil verkopen om zijn verlies te beperken.
  • Ambtelijke verwerking: De kanttekeningen onderaan geven cruciale achtergrondinformatie. De schrijver is geboren in 1883. De controleur stelt vast dat de man (blijkbaar al zonder vergunning) handelt op de Zuidergracht en op maandagen op de Noordermarkt in Amsterdam.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (1943). In deze tijd was de economische situatie precair en was de handel strikt gereguleerd via vergunningenstelsels. Voor veel gepensioneerden met een klein staatspensioen of bedrijfspensioen was de zwarte markt of kleinschalige straathandel de enige manier om aan voldoende middelen voor voedsel en brandstof te komen.

De vermelding van de "Gemeentetram" is historisch interessant; dit was een grote werkgever in Amsterdam (de voorloper van het huidige GVB). Het genoemde bedrag van 895 gulden per jaar was in 1943 inderdaad een zeer krap inkomen, zeker gezien de enorme inflatie en de hoge prijzen op de vrije markt tijdens de oorlogsjaren. De brief weerspiegelt de wanhoop van een kleine burger die probeert binnen de kaders van de wet te overleven.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6