Archiefdocument
Origineel
10 november 1943 (Linkerbovenhoek)
verbod verkoop radiodistributie-artikelen
(Rechterbovenhoek)
A’dam 10/11 1943
W. P. M.
20/62/2
Onder terugzending van het met uw kaartbrief dd. 4 dezer om spoedig advies ontvangen stuk no. 889 L.M. 1943 hebben de ondergetekenden de eer u te berichten, dat den op de markten dienstdoende ambtenaren zal worden opgedragen er nauwlettend op toe te zien, dat de door aspirant genoemde artikelen niet op de markten worden te koop aangeboden. Wij geven u voorts in overweging mocht toch worden geconstateerd zullen de betr. artikelen, in overleg met de politie, in beslag worden genomen op vermoeden van diefstal. Hiertoe ware de onderhavige aangelegenheid ook onder de aandacht te brengen van den Politiepresident.
(Tekst in de linkermarge)
overweging bij Besluit van B. en W. te A’dam bepalen, dat de verkoop van de bedoelde artikelen op de markten te A’dam is verboden.
--- Dit document is een ambtelijk schrijven uit november 1943 waarin wordt geadviseerd over het handhaven van een verkoopverbod op onderdelen voor radiodistributie op Amsterdamse markten.
De tekst bevat een aantal opvallende administratieve en juridische kenmerken:
1. Handhaving: Marktmeesters en controlerend ambtenaren krijgen de opdracht om specifiek op deze goederen te letten.
2. Juridische grondslag: Om direct te kunnen optreden, wordt geadviseerd goederen in beslag te nemen op "vermoeden van diefstal". Dit was een veelgebruikte methode om zonder al te veel administratieve rompslomp goederen te kunnen confisqueren.
3. Marge-notitie: In de kantlijn wordt verwezen naar een Besluit van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) om het verbod formeel te verankeren.
4. Politiepresident: Er wordt verwezen naar de Politiepresident van Amsterdam. Deze functie werd tijdens de bezetting ingesteld door de Duitsers om de grip op het lokale politieapparaat te vergroten.
--- Het jaar 1943 is een cruciaal jaar in de geschiedenis van de radio tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In mei 1943 vaardigde de Duitse bezetter een verordening uit (het zogenaamde Radio-Erlass) waarbij alle Nederlanders hun radiotoestellen moesten inleveren. Dit was bedoeld om het luisteren naar de verboden zenders, zoals Radio Oranje vanuit Londen, onmogelijk te maken.
Radiodistributie was een systeem waarbij men via een kabel (vaak via de PTT) naar een beperkt aantal goedgekeurde zenders kon luisteren. Omdat de fysieke radiotoestellen verboden waren, probeerden veel mensen zelf radio's te bouwen of aan te passen. De handel in onderdelen ("radiodistributie-artikelen") op de zwarte markt of op gewone markten werd daarom door de bezetter en de collaboreerde overheid scherp in de gaten gehouden. Dit document illustreert de bureaucratische uitvoering van dit verbod op lokaal niveau in Amsterdam.