Handgeschreven verzoekschrift aan de gemeentelijke autoriteiten.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan de gemeentelijke autoriteiten. November/december 1943 (tijdens de Duitse bezetting). D. Sijmonsbergen, wonende aan de Westerstraat 105, Amsterdam. [Stempel bovenin:] No. 20/64/1 M. 1943 13/11
[Rechtsboven handgeschreven:] 499 / m.i. Verf. / Dir
WelEd. Heer
Bij deze kom ik tot Uw met
een beleefd verzoek. Ik heb op de
markt gestaan met handel.
Daar ik een bescheiden pension
heb, en een vrouw in zieken toestand
verkeert. Zoo wilde gaarne in aan-
merking komen voor een standplaats
op de markt, om te trachten op
een eerlyke manier mijn brood
te verdienen.
In de hoop van Uw een gunstig
antwoord te mogen ontvangen.
Zoo verblijf
Uw dw. Dienaar
D Sijmonsbergen
Westerstraat no 105
Amsterdam
[Aantekeningen onderaan:]
(Links, potlood): is reeds afgewezen. / Stadhuis
(Rechts, potlood): Opgep. per 6/12 '43 [Paraaf]
(Rood potlood): Nader onderzoek / Onderzoek: Is dit nog een artikel dat in voldoende hoeveelheden te krijgen is? / 3-12-'43 * Taal en Stijl: Het document is geschreven in een beleefde, formele stijl die gebruikelijk was voor verzoekschriften aan de overheid ("WelEd. Heer", "Uw dw. Dienaar"). De spelling is deels verouderd ("eerlyke", "zieken toestand").
* Inhoud: De heer Sijmonsbergen vraagt om een marktvergunning (standplaats). Hij motiveert dit door zijn precaire persoonlijke situatie aan te halen: hij heeft slechts een klein pensioen en een zieke vrouw. Hij benadrukt dat hij op "eerlijke manier" zijn brood wil verdienen, wat in de context van de zwarte handel tijdens de oorlog een relevante opmerking was.
* Ambtelijke verwerking: De kanttekeningen tonen de bureaucratische gang van zaken. In eerste instantie lijkt het verzoek te zijn afgewezen ("is reeds afgewezen"). Echter, een latere notitie in rood roept op tot "Nader onderzoek". De specifieke vraag "Is dit nog een artikel dat in voldoende hoeveelheden te krijgen is?" wijst op de schaarste-economie van 1943. Men wilde blijkbaar alleen vergunningen afgeven voor goederen die daadwerkelijk nog leverbaar waren. Dit document stamt uit november/december 1943, een periode waarin Nederland zuchtte onder de Duitse bezetting. Amsterdam kampte met enorme tekorten aan alle eerste levensbehoeften. De Westerstraat, waar de afzender woonde, was (en is) het hart van de Jordaan en een bekende marktlocatie.
Voor veel Amsterdammers was de markt een manier om in tijden van werkloosheid en rantsoenering toch een inkomen te genereren. De overheid hield hier echter streng toezicht op, zowel om de distributie te controleren als om illegale handel tegen te gaan. De vraag onderaan het document over de beschikbaarheid van het "artikel" is tekenend voor de distributie-economie van de oorlogsjaren, waarbij de handel in veel producten aan banden was gelegd of simpelweg onmogelijk was geworden door gebrek aan voorraad. D. Sijmonsbergen Sijmonsbergen vraagt (De heer) Stadhuis