Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 13 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mevr. M. Klijn-Rohmer, Boomstraat 36 II, Amsterdam-Centrum. 20/73=2 M.
Verzonden 13/1 [handgeschreven]
VB/SV
13 Januari 1944.
Mevr. M. Klijn-Rohmer
Boomstraat 36 II
Amsterdam-Centrum.
==============
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 December jl. bericht ik U, dat uit de administratie van mijn dienst is gebleken, dat U de jaren 1938 en 1939 een plaats op de markt Lindengracht heeft bezet onder andere voor den verkoop van gordijnen en tweedehandsch kleeding.
De Directeur, Het document is een zakelijke correspondentie waarin een officiële instantie een feit uit het verleden bevestigt aan een burger. Mevrouw Klijn-Rohmer heeft in december 1943 verzocht om een bewijs van haar marktactiviteiten in de vooroorlogse jaren 1938 en 1939. De directeur bevestigt dat zij inderdaad een standplaats had op de markt aan de Lindengracht voor de verkoop van gordijnen en tweedehands kleding. De taal is formeel-administratief ("d.d.", "jl.", "den verkoop"). De Boomstraat ligt in de Jordaan, vlakbij de Lindengracht, wat logisch is voor een lokale markthandelaar. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (januari 1944). In deze periode was bureaucreatie en officiële bewijsvoering cruciaal. Het opvragen van bewijs voor een vroegere zelfstandige economische activiteit kon verschillende redenen hebben:
1. Vergunningen: Het aantonen van 'ervaring' of een 'bestaand recht' om in tijden van schaarste een nieuwe marktvergunning of toewijzing van goederen te krijgen.
2. Arbeidseinsatz: Burgers probeerden soms aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland te ontkomen door aan te tonen dat zij een onmisbaar eigen bedrijf voerden of een essentieel beroep uitoefenden.
3. Distributie: Voor de handel in textiel (zoals gordijnen) waren tijdens de oorlog strikte distributieregels van kracht; een officieel bewijs van handelaarschap kon helpen bij het legaal verkrijgen van voorraden. Klijn (Mevrouw) M. Marktwezen
Samenvatting
Het document is een zakelijke correspondentie waarin een officiële instantie een feit uit het verleden bevestigt aan een burger. Mevrouw Klijn-Rohmer heeft in december 1943 verzocht om een bewijs van haar marktactiviteiten in de vooroorlogse jaren 1938 en 1939. De directeur bevestigt dat zij inderdaad een standplaats had op de markt aan de Lindengracht voor de verkoop van gordijnen en tweedehands kleding. De taal is formeel-administratief ("d.d.", "jl.", "den verkoop"). De Boomstraat ligt in de Jordaan, vlakbij de Lindengracht, wat logisch is voor een lokale markthandelaar.
Historische Context
De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (januari 1944). In deze periode was bureaucreatie en officiële bewijsvoering cruciaal. Het opvragen van bewijs voor een vroegere zelfstandige economische activiteit kon verschillende redenen hebben:
1. Vergunningen: Het aantonen van 'ervaring' of een 'bestaand recht' om in tijden van schaarste een nieuwe marktvergunning of toewijzing van goederen te krijgen.
2. Arbeidseinsatz: Burgers probeerden soms aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland te ontkomen door aan te tonen dat zij een onmisbaar eigen bedrijf voerden of een essentieel beroep uitoefenden.
3. Distributie: Voor de handel in textiel (zoals gordijnen) waren tijdens de oorlog strikte distributieregels van kracht; een officieel bewijs van handelaarschap kon helpen bij het legaal verkrijgen van voorraden.