Ambtelijke kladnotitie of concept-besluit betreffende marktwezen.
Origineel
Ambtelijke kladnotitie of concept-besluit betreffende marktwezen. Omstreeks augustus/september 1943 (gebaseerd op de genoemde besluiten van 20 augustus 1943). [Links boven, potlood:]
Marktwezen?
Verlenging tijdelijke
hulpmarkten
[Midden boven, rood:]
20/74/1
[Rechts boven:]
af. W. h. M.
[Hoofdtekst:]
Bij besluit van den Burgemeester
d.d. 8 Januari 1943 no. 1055 L.W. 1942, zijn
de daarin genoemde tijdelijke hulp-
markten aangewezen voor ten hoogste
één jaar, ingaande 1 Januari 1943.
Met ingang van 6 Juni en 1
October j.l. werden resp. de Spijkerhaven
en het Buiksloterhamkanaal en het
water van den Amstel (Westzijde) tegenover
de Waverstraat over een lengte van 30
Meter, aangewezen als tijdelijke hulp-
markten van de brandstoffenmarkt
(besluiten van den Burg. d.d. 30 Juli en 17 Dec.
1942, nrs. 534 en 387 L.W. 1943).
De in het eerstgenoemde besluit
onder 1° A. VIII genoemde tijdelijke hulp-
markten, uitsluitend voor Joodsche
marktkooplieden en Joodsche be-
zoekers, welke worden gehouden in de
speeltuin op het Waterlooplein en in
de Gaaspstraat, zijn met ingang van 9
Augustus j.l. opgeheven (vide besluit
van den Burgemeester d.d. 20 Augustus 1943
no. 615 L.W. 1943). Bovendien stel ik v.
voor de onder 1° A XI van genoemd besluit
aangewezen tijdelijke hulpmarkt op het
Minervaplein, eveneens voor Joodsche
marktkooplieden en Joodsche bezoekers,
met ingang van 1 Januari a.s. niet meer aan
te wijzen, aangezien ter plaatse geen markt
meer gehouden wordt. Dit document is een ambtelijke verslaglegging van de status van diverse marktlocaties in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het bevat drie hoofdpunten:
- Algemene verlenging: De tijdelijke hulpmarkten die begin 1943 waren ingesteld, worden voor maximaal een jaar gehandhaafd.
- Brandstoffenmarkten: Er wordt specifiek verwezen naar locaties aan het water (Spijkerhaven, Buiksloterhamkanaal en de Amstel bij de Waverstraat) die dienen als overslag- en handelspunten voor brandstoffen (zoals kolen of hout), wat essentieel was voor de energievoorziening van de stad in oorlogstijd.
- Joodse markten: De tekst documenteert de officiële opheffing van de markten die uitsluitend voor Joden waren bestemd op het Waterlooplein (de speeltuin) en in de Gaaspstraat per 9 augustus 1943. Tevens wordt voorgesteld om de markt op het Minervaplein per 1 januari 1944 te beëindigen.
De schrijfstijl is zakelijk-administratief, met gebruik van afkortingen zoals "j.l." (jongstleden), "a.s." (aanstaande) en "d.d." (de dato). Dit document vormt een bittere getuigenis van de Holocaust in Amsterdam. Vanaf september 1941 voerden de Duitse bezetter en het collaborerende gemeentebestuur (onder burgemeester Edward Voûte) segregatie in op markten. Joden mochten niet meer op reguliere markten komen en werden gedwongen hun handel te drijven op speciaal aangewezen locaties zoals de Gaaspstraat, het Waterlooplein en het Minervaplein.
De datum van opheffing in dit document (augustus 1943) is veelzeggend: tegen die tijd was het overgrote deel van de Joodse bevolking van Amsterdam al gedeporteerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het Oosten. De opmerking aan het eind van het document dat er op het Minervaplein "geen markt meer gehouden wordt", weerspiegelt de macabere realiteit dat er simpelweg geen Joodse handelaren of klanten meer over waren in de stad.