Verslag/Notulen (Pagina 5).
Origineel
Verslag/Notulen (Pagina 5). Vermoedelijk begin 1943 (gebaseerd op handgeschreven annotaties d.d. 27/1/43 en 7/2/43). [Handgeschreven tekst rechtsboven:]
Zie correctie mijn schrijven 5/1 43
Ondervakgroep 48/20/14 m v L
Zie ook schrijven ondervakgroep 7/2 43
Zie tenslotte mededeelingen ondervakgroep
rapport nr. 11 d.d. 27/1 43
M/H - 5 -
en Vleesch is gelegd, daar dit Bedrijfschap in het geheel geen rekening houdt met hun belangen.
Volgens den Heer Jerne zal de Heer Louwes deze taak echter, zoolang de oorlog duurt, in eigen handen willen houden.
De Heer Steenkamp is van meening, dat de Exportschlachterijen eigenlijk niet in deze Ondervakgroep thuis hooren. Weliswaar koelen en/of vriezen zij een enkele maal in opdracht van de Veehouderij Centrale, doch dit bedrag speelt slechts een zeer ondergeschikte rol. Bovendien kan spreker niet beoordeelen, of deze organisatie wel de meest geschikte is om voor de belangen van de Exportslachterijen op te komen.
De Heer Dr. Jerne antwoordt hierop, dat, zoolang het criterium voor het lidmaatschap, dat de Ondervakgroep als richtlijn heeft aangenomen, in dezen vorm blijft gelden, ook de Exportslachterijen zich niet hieraan zullen kunnen onttrekken. De mogelijkheid bestaat echter, dat deze een aparte Sectie binnen de Ondervakgroep zullen kunnen vormen. Dit punt is nog bij het Bestuur in behandeling.
De Heer Mr. Onnes stelt de vraag, hoe het komt, dat deze organisatie nog geen verordenende bevoegdheid heeft, daar hij van meening is, dat andere deze reeds wel hebben.
De Heer Akkerman antwoordt hierop, dat de Hoofdgroep Verkeer en de daaronder resorteerende organisaties nog in het geheel geen verordenende bevoegdheid hebben ontvangen.
Hieraan voegt spreker echter toe, dat nog geen enkele Bedrijfsorganisatie in de Hoofdgroep Industrie, ook niet die der Chemische Industrie, van deze bevoegdheid gebruik heeft mogen maken, daar bij het verleenen hiervan de clausule is toegevoegd, dat de Secretaris-Generaal in elk afzonderlijk geval nog zijn goedkeuring hieraan moet hechten; deze goedkeuring nu heeft hij nog nooit verleend, zoodat het geen verschil maakt of men wel dan geen verordenende bevoegdheid bezit. Daartegenover hebben wèl alle Bedrijfshappen van den Heer Louwes verordenende bevoegdheid, waarvan zij inderdaad gebruik hebben gemaakt.
3. Geheime stemming over het vertrouwen in den voorzitter en zijn beide plaatsvervangers.
Aan alle leden wordt een blanco stembriefje uitgereikt. De Secretaris verzoekt hen op dit briefje de getallen 1, 2 en 3 te schrijven, resp. vertegenwoordigend den voorzitter, den 1en plv. en den 2en plv. voorzitter, met daarachter het woord "ja" of "neen", naar gelang men wel of geen vertrouwen in deze Heeren stelt.
Uitgebracht worden 23 stemmen, verdeeld als volgt:
voor / tegen / blanco
Dr. Jerne / 19 / 1 / 3
Tusenius / 20 / - / 3
van Kalken / 19 / 1 / 3
Hiermede is dus het vertrouwen in het Dagelijksch Bestuur uitgesproken; de Heer Akkerman zal den voorzitter der Bedrijfsgroep namens den Raad van Bijstand verzoeken deze Heeren voor de volgende zittingsperiode in de zelfde functies te herbenoemen.
De Heer Dr. Jerne dankt voor het in hem en zijn medebestuursleden gestelde vertrouwen.
De Heer Akkerman leest dan een schrijven voor van de N.V. Utrechtsche IJs-, Koel- en Vriesbedrijven, waarin deze verzoekt aan de leden voor te stellen ook een vertegenwoordiger van de kleinere bedrijven in het Dagelijksch Bestuur op te nemen. Volgens spreker is dit echter niet mogelijk, daar het vertrouwen in het zittende Dagelijksche Bestuur bij deze stemming reeds is uitgesproken.
De Heer Steenkamp merkt echter op, dat dit schrijven vóór de stemming voorgelezen had moeten worden. Bovendien zou spreker deze stemming in tweeën willen splitsen en wel als volgt:
1. een stemming, waarin het vertrouwen wordt uitgesproken in het door het Dagelijksch Bestuur gevoerde beleid en
2. een stemming voor de aanwijzing van een nieuw bestuur voor de volgende zittingsperiode, dat de Raad van Bijstand dan aan de hoogere organisatie zou moeten voorleggen.
De Heer Sixma zegt het volkomen hiermede eens te zijn; zoo ook de Heeren Veerdig en Tusenius.
Over dit punt volgt dan een levendige discussie.
Desgevraagd stelt de Heer Dr. Jerne den Heer Hatenboer de vraag of het zijn bedoeling is geweest een wijziging in het Dagelijksch Bestuur voor te stellen, dan wel in den Raad van Bijstand.
Deze zegt inderdaad bedoeld te hebben "Raad van Bijstand".
Voorts vraagt spreker of de vergadering herstemming noodig acht.
Deze vraag wordt ontkennend beantwoord.
4. Voordracht tot samenstelling van den Raad van Bijstand voor de volgende zittingsperiode van 2 jaren.
Als leden van den Raad van Bijstand stelt de Heer Dr. Jerne voor de Heeren R. Feenstra, Dr. R. van Santen, C. Veerdig en H. Vermetten, die reeds thans als zoodanig zitting hebben.
Spreker stelt de vraag of het de wensch van de vergadering is dit College uit te breiden. Dit document vormt de vijfde pagina van een vergaderverslag van een Nederlandse bedrijfsorganisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Organisatorische strijd: Er is onduidelijkheid over de positie van de "Exportschlachterijen" (exportslachterijen). Zij voelen zich niet thuis in de huidige Ondervakgroep en vrezen dat het "Bedrijfschap voor Vee en Vleesch" hun belangen schaadt.
- Macht van de Secretaris-Generaal: Uit de tekst blijkt de bureaucratische controle door de bezetter en de collaborerende overheid. Hoewel organisaties "verordenende bevoegdheid" (het recht om regels uit te vaardigen) kunnen krijgen, blokkeert de Secretaris-Generaal dit in de praktijk door nooit de vereiste goedkeuring te verlenen. Alleen de organisaties onder S.L. Louwes lijken werkelijke macht te hebben.
- Bestuurlijke procedure: Er vindt een stemming plaats over het vertrouwen in het bestuur (Jerne, Tusenius, Van Kalken). Hoewel het vertrouwen wordt bevestigd, ontstaat er procedurele kritiek van de Heer Steenkamp omdat een brief van de N.V. Utrechtsche IJs- (die pleit voor vertegenwoordiging van kleinere bedrijven) pas na de stemming werd voorgelezen.
- Terminologie: Het document gebruikt de specifieke terminologie van de "Organisatie-Commissie" (Groep Industrie, Hoofdgroepen, Bedrijfschappen), het corporatistische economische stelsel dat door de Duitsers in Nederland werd ingevoerd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd het bedrijfsleven gelijkgeschakeld in een dwingende hiërarchische structuur (de zogenaamde "Organisatie-Woltersom"). Dr. Stefan J. Jerne, die in dit document als voorzitter optreedt, was een sleutelfiguur in de koeltechnische industrie en betrokken bij de totstandkoming van deze organisaties.
De genoemde heer S.L. Louwes was de Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening. Hij was een machtig man die probeerde de Nederlandse voedselvoorziening draaiende te houden binnen de beperkingen van de bezetting. De discussie over de "verordenende bevoegdheid" weerspiegelt de voortdurende machtsstrijd tussen verschillende overheidsinstanties en de industrie over wie de regels in de economie mocht bepalen. De spanning tussen grote en kleine bedrijven (zoals verwoord door de Utrechtsche IJsfabriek) was een terugkerend thema in deze corporatistische organen. C. Veerdig H. Vermetten J. Jerne N.V. Utrechtsche R. Feenstra R. van Santen S.L. Louwes Bedrijfschap