Archiefdocument
Origineel
21 juni 1944. De Directeur der Gemeentebelastingen, Amsterdam. Loonbelasting XXVII
Spaarregeling arbeidscontractanten.
Nº 8A/10/6 M. 1944 22/6
Volgens het Besluit op de Loonbelasting 1940 worden aanspraken op uitkeeringen, waaronder hier zijn te verstaan aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeeringen te ontvangen anders dan krachtens een pensioenregeling, beschouwd als loon. Aan den anderen kant is de uitkeering in eens, welke ingevolge een dergelijke aanspraak wordt genoten, niet aan de loonbelasting onderworpen. Indien de werknemer stortingen doet om de aanspraak te dekken, mogen deze voor de berekening der loonbelasting niet van het loon worden afgetrokken, daar zij geen bijdragen zijn krachtens een pensioenregeling.
In de Vijftiende Uitvoeringsbeschikking Loonbelasting 1940, in werking getreden op 29 April 1944, is met betrekking tot spaarregelingen ten behoeve van werknemers in dienst van publiekrechtelijke lichamen, in afwijking van het vorenstaande, de navolgende regeling vastgesteld.
Een splitsing wordt gemaakt tusschen het gedeelte der uitkeering, dat de werknemer aan eigen stortingen ontleent en het door den werkgever bijgepaste gedeelte.
Wat de stortingen van den werknemer betreft, ondergaat de inhouding van loonbelasting geen wijziging. De werknemersstortingen mogen dus voor de berekening der loonbelasting niet in mindering van het loon worden gebracht. Anderzijds wordt de som der werknemersstortingen niet als uitkeering belast.
Voor het werkgeversgedeelte, de z.g. bijslag, is bepaald, dat ten aanzien daarvan niet de jaarlijks verkregen aanspraak, doch de uitkeering als loon wordt aangemerkt. De op de werknemersstorting gekweekte rente wordt eveneens uitsluitend belast in het jaar van uitkeering.
De regeling komt dus hierop neer, dat de inhouding van loonbelasting geschiedt op het volle loon, zonder dat bij het loon echter iets behoort te worden opgeteld. Bij uitkeering wordt het geheele uitgekeerde bedrag belast, met uitzondering alleen van de som, gevormd door de stortingen van den werknemer.
Voorts is nog bepaald, dat de uitkeering niet als loon wordt aangemerkt, voorzoover deze het gevolg is van aanspraken op uitkeeringen over een tijdvak, voorafgaande aan 1 Januari 1941, en evenmin voorzoover de uitkeering voor den inkoop voor pensioen wordt aangewend.
Amsterdam, 21 Juni 1944
De Directeur der Gemeentebelastingen,
(Handtekening/Paraaf)
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
Secr. A'dam
afd. Bel. 203
(stempel: 'Contect') Dit document is een ambtelijke circulaire van de Amsterdamse Gemeentebelastingen. Het doel is het verduidelijken van de fiscale behandeling van spaarregelingen voor 'arbeidscontractanten' (werknemers die niet in vaste ambtelijke dienst zijn maar op contractbasis werken) onder het Besluit op de Loonbelasting 1940.
De kern van de nieuwe regeling (gebaseerd op de 15e Uitvoeringsbeschikking van april 1944) is een verschuiving van het belastbare moment voor het werkgeversdeel:
1. Werknemersbijdrage: Deze is niet aftrekbaar van het bruto loon (er wordt belasting over betaald bij inleg), maar de uiteindelijke uitbetaling van dit deel is vrijgesteld.
2. Werkgeversbijdrage (Bijslag) en Rente: In plaats van de jaarlijkse opbouw te belasten, wordt de belasting pas geheven op het moment dat het bedrag daadwerkelijk wordt uitgekeerd.
3. Uitzonderingen: Uitkeringen op basis van rechten van vóór 1941 of bedragen die worden aangewend voor pensioeninkoop zijn vrijgesteld.
De tekst hanteert de toen geldende spelling (bijv. 'uitkeeringen', 'tusschen', 'den werknemer'). Het document dateert van 21 juni 1944, twee weken na de geallieerde landing in Normandië (D-Day). Nederland bevindt zich in de late fase van de Duitse bezetting. Ondanks de oorlogssituatie en de naderende bevrijding van het zuiden, functioneerde de bureaucratie in Amsterdam schijnbaar onverstoord door.
Het "Besluit op de Loonbelasting 1940" was een ingrijpende belastinghervorming die door de bezetter was ingevoerd (ter vervanging van de oude inkomstenbelasting voor loontrekkenden) om de belastingheffing efficiënter te maken en direct aan de bron (bij de werkgever) te innen. Deze circulaire is een voorbeeld van de technische uitwerking van dit stelsel voor specifieke groepen gemeentepersoneel. Het laat zien dat de administratieve raderen van de gemeente Amsterdam bleven draaien, inclusief de verfijning van belastingregels voor haar eigen personeel. Gemeente Amsterdam