Archief 745
Inventaris 745-422
Pagina 259
Dossier 1
Jaar 1944
Stadsarchief

Besluit/Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

30 december 1943.

Origineel

Besluit/Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 30 december 1943. No $8A/15/1$ M. 1944 $\frac{27}{1}$
No 32/133 L.M. 1943

[Rechtsboven:] Uitbetaling salaris of loon aan gearresteerd gemeentepersoneel.

[Handgeschreven:] Markho(?) / v.d. Dir / Th. v. D... / H. Meijler

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Burgemeester van Amsterdam.
Donderdag, 30 December 1943.

De Wethouder voor de Arbeidszaken deelt het volgende mede:
Op 24 November j.l. is de tuiman in vasten dienst bij den Dienst der Publieke Werken J.P.J. van der Poel gearresteerd, volgens verklaring van zijn dochter door den Sicherheitsdienst wegens het verbergen van Joden.
Op 29 November j.l. is de schrijver op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht van den Dienst der Publieke Werken W. de Kruif gearresteerd en op 3 December d.a.v. voor den Officier van Justitie geleid als verdacht van autodiefstal. De Kruif is op den dag zijner voorgeleiding reeds weder in vrijheid gesteld.
Op 9 October j.l. is de arbeider-keukenknecht op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening J.J. Berkman door den Sicherheitsdienst gearresteerd, vermoedelijk wegens het verbergen houden van Joden.
In den nacht van 21 op 22 November j.l. is door den Sicherheitsdienst gearresteerd de bureelambtenaar bij den Gemeentelijken Woningdienst D.G. van Bouren ter zake van het verbergen van Joden.
Op 26 November j.l. is de controleur van het Marktwezen D.H.V. Schiermeier in opdracht van den Sicherheitsdienst gearresteerd wegens Joden-begunstiging. Bij zijn arrestatie bleek tevens, dat hij nog in het bezit was van een radiotoestel.
Op 23 October j.l. is de tijdelijke bureelambtenaar ter Gemeentesecretarie Mejuffrouw G. Kremer door den Sicherheitsdienst gearresteerd en op transport gesteld naar het Huis van Bewaring te Arnhem. Volgens verklaring van den Sicherheitsdienst aldaar wordt zij beschuldigd van het vervalschen van Nederlandsche paspoorten.
De vraag is, hoe gehandeld dient te worden ten opzichte van de uitbetaling van het salaris of loon van belanghebbenden gedurende den tijd hunner gevangenhouding.
De Burgemeester besluit, te bepalen, dat gedurende den tijd hunner gevangenschap aan W. de Kruif en Mejuffrouw G. Kremer voornoemd geen salaris zal worden uitbetaald, en dat aan de overige personen tweederde gedeelte van hun wedde zal worden doorbetaald, met aftrek, voor zoover zij in pensioengerechtigden dienst zijn, van de volle door hen verschuldigde 10 % pensioenpremie.
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken, Publieke Werken, Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), Volkshuisvesting (2 stuks), Financiën en Algemeene Zaken, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris.

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Rechtsonder:] 8A Dit document legt vast hoe de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting omging met ambtenaren die door de Sicherheitsdienst (SD) waren gearresteerd. Opvallend is de differentiatie in de besluitvorming:
1. Vrijstelling van betaling: W. de Kruif (verdacht van autodiefstal) en Mej. G. Kremer (vervalsen van paspoorten) krijgen niets uitbetaald.
2. Gedeeltelijke doorbetaling: Ambtenaren die gearresteerd zijn wegens hulp aan Joden (J.P.J. van der Poel, J.J. Berkman, D.G. van Bouren, D.H.V. Schiermeier) behouden recht op 2/3 van hun salaris.
3. Radiobezit: Bij Schiermeier wordt expliciet vermeld dat hij een radiotoestel bezat, wat destijds strikt verboden was.

Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van repressie en verzet binnen het ambtelijk apparaat. Hoewel de burgemeester (destijds Edward Voûte, aangesteld door de bezetter) het besluit neemt, lijkt er een regeling te bestaan waarbij politieke gevangenen (hulp aan Joden) milder werden behandeld qua loon dan degenen die van 'criminele' feiten of actieve sabotage van identiteitspapieren werden verdacht. In december 1943 was de Jodenvervolging in Amsterdam in een vergevorderd stadium en was de repressie tegen helpers groot. Veel gemeenteambtenaren namen deel aan verzetsactiviteiten, variërend van het verbergen van onderduikers tot het vervalsen van documenten (zoals Mej. Kremer).

Het feit dat Mej. Kremer naar het Huis van Bewaring in Arnhem werd overgebracht voor het vervalsen van paspoorten, duidt op een serieuze verzetszaak. Het onthouden van haar salaris kan worden gezien als een sanctie van de pro-Duitse leiding van de stad. De doorbetaling van 2/3 aan de anderen suggereert een poging om de gezinnen van deze ambtenaren niet volledig in de armoede te storten, wat mogelijk wijst op een restje autonomie of sociale zorg binnen de gemeentelijke administratie, ondanks de bezetting.

Samenvatting

Dit document legt vast hoe de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting omging met ambtenaren die door de Sicherheitsdienst (SD) waren gearresteerd. Opvallend is de differentiatie in de besluitvorming:
1. Vrijstelling van betaling: W. de Kruif (verdacht van autodiefstal) en Mej. G. Kremer (vervalsen van paspoorten) krijgen niets uitbetaald.
2. Gedeeltelijke doorbetaling: Ambtenaren die gearresteerd zijn wegens hulp aan Joden (J.P.J. van der Poel, J.J. Berkman, D.G. van Bouren, D.H.V. Schiermeier) behouden recht op 2/3 van hun salaris.
3. Radiobezit: Bij Schiermeier wordt expliciet vermeld dat hij een radiotoestel bezat, wat destijds strikt verboden was.

Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van repressie en verzet binnen het ambtelijk apparaat. Hoewel de burgemeester (destijds Edward Voûte, aangesteld door de bezetter) het besluit neemt, lijkt er een regeling te bestaan waarbij politieke gevangenen (hulp aan Joden) milder werden behandeld qua loon dan degenen die van 'criminele' feiten of actieve sabotage van identiteitspapieren werden verdacht.

Historische Context

In december 1943 was de Jodenvervolging in Amsterdam in een vergevorderd stadium en was de repressie tegen helpers groot. Veel gemeenteambtenaren namen deel aan verzetsactiviteiten, variërend van het verbergen van onderduikers tot het vervalsen van documenten (zoals Mej. Kremer).

Het feit dat Mej. Kremer naar het Huis van Bewaring in Arnhem werd overgebracht voor het vervalsen van paspoorten, duidt op een serieuze verzetszaak. Het onthouden van haar salaris kan worden gezien als een sanctie van de pro-Duitse leiding van de stad. De doorbetaling van 2/3 aan de anderen suggereert een poging om de gezinnen van deze ambtenaren niet volledig in de armoede te storten, wat mogelijk wijst op een restje autonomie of sociale zorg binnen de gemeentelijke administratie, ondanks de bezetting.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. Cobussen Waterlooplein 499,42 6)
A.H. Bijland Waterlooplein 1664,98 5)
A.H. Bijland Waterlooplein 42
A.H. de Haer Waterlooplein 41
A.H. de Haer Waterlooplein 2690,20
A.H. Klaassens Waterlooplein 2046,82
A.H. Klaassens Waterlooplein 46
A.J.J. Barbiers Waterlooplein 46
A.J.I. Barbiers Waterlooplein 2353,76 5)
M. Burg Waterlooplein
W. Rijbrodt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein 42
B. Felthuis Waterlooplein 1815,44
B. Felthuis Waterlooplein 45
C. Bakker Waterlooplein 1656.--
C. Bakker Waterlooplein 44
C. Blom Waterlooplein 44
C.F. Eggelte Waterlooplein 2175,15
C.F. Eggelte Waterlooplein 42
C.J.v. Moerkerken Waterlooplein 43
C.L.J. Lek Waterlooplein 42
C. Veerman Waterlooplein 45
D.H. Schiermeier Waterlooplein 45
E.A. Engelen Waterlooplein 1904,16
A. Littelugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein 42
F. Koning Waterlooplein 43
F. Reinen Waterlooplein 43
F.W. Stroer Waterlooplein 47
G.A. Oosterhoff Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6