Officiële circulaire/dienstmededeling van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële circulaire/dienstmededeling van de Gemeente Amsterdam. 12 juni 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën te Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
No. 1/8 B.P.P.V. 1944
Onderwerp: Vervolg Museumcursussen
Koloniaal Instituut
[Handgeschreven aantekeningen en parafen rechtsboven]
[Stempel]: № 8A/22/5 M. 1944 16/6
Amsterdam, 12 Juni 1944
De museumcursussen, georganiseerd door het Koloniaal Instituut
Linnaeusstraat No. 2, welke ten doel hadden de belangstelling te
wekken voor de rijke schatten van het museum, zijn door een
groot aantal personen in gemeentedienst met groote aandacht
gevolgd. Aangezien het is gebleken, dat verschillende personen er
prijs op stellen diepergaande kennis te verwerven over enkele zeer
speciale objecten, is de mogelijkheid geopend, alsnog een cursus
te volgen, welke bestaat uit vijf lessen, t.w.:
1 Atjeh (godsdienst, volk en volksgebruiken);
2 Bali (godsdienst, volk en volksgebruiken);
3 Javaansche muziek (de gamelan);
4 Animisme (zeden en gewoonten der heidensche bevolkings-
groepen);
5 Zending en missie (bezoek en verklaring van het tentoon-
gestelde).
De kosten van dezen cursus van 5 lessen bedragen 50 cent per
persoon.
Ik zou er prijs op stellen, wanneer U dezen cursus zooveel mogelijk
bij Uw personeel bekend zoudt willen maken en Uw personeel,
voor zoover de dienst dit toelaat, in de gelegenheid zoudt willen
stellen, den cursus te volgen. Ten einde te komen tot een regel-
matig bezoek, verzoek ik U aan het Bureau voor Pers, Propaganda
en Vreemdelingenverkeer, Stadhuis kamer 19, te willen opgeven,
wie van het onder U werkende personeel den cursus wenscht bij
te wonen.
De Burgemeester van Amsterdam.
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
Aan Heeren Hoofden van
Diensten, Bedrijven en Administratiën.
Amsterdam.
[Onderaan]: Stadsdrukkerij Amsterdam 14006-6-44-250 * Doel: Het document dient als een officiële aanmoediging voor ambtenaren om zich te verdiepen in de cultuur en religie van de toenmalige kolonie Nederlands-Indië.
* Inhoud: Er wordt een vervolgcursus aangeboden van vijf lessen in het Koloniaal Instituut (het huidige Tropenmuseum). De onderwerpen zijn specifiek: Atjeh, Bali, Javaanse muziek, animisme en de rol van christelijke zending/missie.
* Toon: Formeel en dwingend-vriendelijk. Hoewel het als een verzoek wordt gepresenteerd, komt de aanbeveling direct van de door de bezetter aangestelde burgemeester, wat het karakter van een instructie geeft.
* Terminologie: Het gebruik van termen als "heidensche bevolkingsgroepen" illustreert het eurocentrische en koloniale wereldbeeld van die tijd, waarbij niet-abrahamitische religies als minderwaardig of 'primitief' werden weggezet. * Historische periode: Juni 1944. Dit is een cruciale fase in de Tweede Wereldoorlog. De brief is gedateerd slechts zes dagen na D-Day (de landing in Normandië). Terwijl het Derde Rijk onder druk staat, gaat de bureaucratie in het bezette Amsterdam gewoon door.
* Bestuur: Edward Voûte was de regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting. Hij was een collaborateur die loyaal was aan de Duitse autoriteiten.
* Koloniale context: Op het moment dat deze brief geschreven werd, was Nederlands-Indië bezet door Japan (sinds 1942). Het feit dat de gemeente Amsterdam desondanks investeerde in cursussen over de koloniën, duidt op de hardnekkige wens om de band met de kolonie (althans in de beeldvorming) te behouden, ondanks dat de feitelijke macht daar al jaren verloren was. Het Koloniaal Instituut speelde een centrale rol in het verspreiden van deze koloniale kennis en ideologie.