Brief/Rapportage (doorslag of kopie).
Origineel
Brief/Rapportage (doorslag of kopie). 28 maart 1944 (verzonden op 29 maart 1944). De Directeur (van een ongenoemde gemeentelijke dienst, mogelijk Amsterdam gezien de stijl). [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 29/3 Hmuller
8a/31/3M.
28 Maart 1944. VB/SV.
gegevens voor de Sociale Verzekering over 1943.
Den Heer Burgemeester
afd. Arbeidszaken, kamer 192,
Raadhuis,
A l h i e r.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 8 Maart jl. no. 62/3 A.V.1943, heb ik de eer U het volgende te berichten:
a. het aantal personen bij mijn Dienst op 31 December 1943 voor wie premie ingevolge de Invaliditeitswet verschuldigd is, bedroeg 7;
b. het totaalbedrag der geldswaarde van de in het dienstjaar 1943 geplakte rentezegels bedroeg f. 180,20;
c. de uitgaven ingevolge het Besluit op de Vereveningsheffing 1941 waren nihil;
d. gedurende 1943, waren drie G.A.R.-reservisten bij mijn dienst gedetacheerd, waarvan een in den loop van het jaar in vasten dienst werd aangesteld;
e. aan krijgsgevangenen werden door mijn dienst geen uitkeeringen gedaan;
f. uitkeeringen aan kraamgeld aan personeel zonder stamkaart, die daarop geen aanspraak krachtens de Ziektewet konden doen gelden, werden door mijn dienst niet gedaan.
De Directeur, * Administratieve nauwkeurigheid: Het document is een formele beantwoording van een interne circulaire. Het geeft een overzicht van de sociale lasten en personeelsbezetting over het oorlogsjaar 1943.
* Terminologie:
* G.A.R.-reservisten: Verwijst naar de Gemeentelijke Arbeidsreserve. Dit was een systeem waarbij werklozen werden ingezet voor gemeentelijke werkzaamheden.
* Rentezegels: Destijds werden premies voor de Invaliditeitswet betaald door het plakken van zegels in een verzekeringsboekje.
* Vereveningsheffing 1941: Een belastingmaatregel ingevoerd tijdens de bezetting die diverse eerdere belastingen verving (een voorloper van de loonbelasting).
* Personele omvang: Met slechts 7 verzekeringsplichtige personeelsleden betreft dit waarschijnlijk een kleine onderafdeling of een specifieke dienst. Dit document stamt uit de late periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1944). Ondanks de oorlogsomstandigheden en de naderende bevrijding, bleef de bureaucratie van het gemeentelijk apparaat (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de term 'Alhier' en de verwijzing naar het Raadhuis) naugezet functioneren.
De punten e en f zijn typerend voor deze periode:
* Punt e refereert aan de financiële afwikkeling rondom Nederlandse militairen die als krijgsgevangenen in Duitsland verbleven.
* Punt f noemt de 'stamkaart', het essentiële document voor distributie en identificatie tijdens de bezetting. Het ontbreken van een stamkaart kon betekenen dat iemand in de illegaliteit zat (ondergedoken was), waardoor men geen recht kon doen gelden op sociale voorzieningen zoals de Ziektewet. De rapportage bevestigt dat er in deze specifieke dienst geen "onregelmatige" betalingen zijn verricht aan dergelijke personen.