Financiële balans/overzichtstaat van personeelskosten.
Origineel
Financiële balans/overzichtstaat van personeelskosten. 84/37/1 [in rood potlood]
Ambtenaren.
Slachthuis
Salarissen f 60.624.90.
Kosttoelagen " 5.—
Gratificatiën " 213.31
--------------------------- f 60.843.21
Centrale Markt
Salarissen f 90.531.17.
Kosttoelagen " 6.—
Gratificatiën " 589.16
--------------------------- 91.126.33
Vischmarkt
Salarissen f 26.072.07
Kosttoelagen " 221.—
Gratificatiën " 12.47
--------------------------- 26.305.54
Volgens rekening van uitgaven en bedrijfsrekeningen f 178.275.08
bij Salarissen, gratificatiën en kosttoelagen
in rekening gebracht aan anderen f 9.956.57
Uitkeering bij grens-
vermeerdering voor rekening
van het rijk 220.—
Rijwielvergoedingen 14.30
--------------------------- 10.190.87
f 188.465.95
af Verkort ink: tijd
/ diensttijd f 56.25
Inhoud. pensioen 15.295.50
Reservisten 3.896.12
Uitkeering aan
oorlogsdienstnemers 800.25
Gedetacheerde
ambtenaren 847.03 20.895.15
Bedrag volgens stam- f 167.570.80
kaarten. Het document is een interne boekhoudkundige afstemming van de salariskosten voor drie specifieke gemeentelijke diensten: het Slachthuis, de Centrale Markt en de Vischmarkt.
- Salarisopbouw: Per dienst worden de basissalarissen, kosttoelagen (onkostenvergoedingen) en gratificaties (bonussen) opgeteld.
- Correcties (Bij): Er worden bedragen bijgevoegd die "aan anderen" in rekening zijn gebracht, evenals specifieke vergoedingen zoals rijwielvergoedingen en rijksbijdragen voor grensoverschrijdingen/vermeerdering.
- Correcties (Af): Er worden diverse posten in mindering gebracht op het totaalbedrag, waaronder:
- Inhoudingen voor pensioenen (de grootste post).
- Kosten voor reservisten.
- Uitkeringen aan "oorlogsdienstnemers" (personen die militaire dienst hebben verricht).
- Kosten voor gedetacheerde ambtenaren.
- Eindresultaat: De berekening dient om het totaal van de grootboekrekening ("rekening van uitgaven") te laten aansluiten bij de individuele "stamkaarten" van het personeel. Het eindbedrag bedraagt f 167.570,80. Dergelijke overzichten zijn kenmerkend voor de gemeentelijke administratie in een tijd dat alles nog handmatig in grootboeken werd bijgehouden. De specifieke sectoren (Slachthuis, Markten) waren vaak semi-commerciële gemeentebedrijven die een eigen begroting voerden. De post "oorlogsdienstnemers" wijst op een sociaal beleid waarbij ambtenaren die in militaire dienst traden (tijdens de mobilisatie of oorlog) gecompenseerd werden of hun pensioenopbouw behielden. Het handschrift en de terminologie (zoals "Gratificatiën" en "Vischmarkt") duiden op een datering tussen circa 1920 en 1950. De precisie tot op de cent nauwkeurig toont de nauwgezetheid van de toenmalige klerken.
Samenvatting
Het document is een interne boekhoudkundige afstemming van de salariskosten voor drie specifieke gemeentelijke diensten: het Slachthuis, de Centrale Markt en de Vischmarkt.
- Salarisopbouw: Per dienst worden de basissalarissen, kosttoelagen (onkostenvergoedingen) en gratificaties (bonussen) opgeteld.
- Correcties (Bij): Er worden bedragen bijgevoegd die "aan anderen" in rekening zijn gebracht, evenals specifieke vergoedingen zoals rijwielvergoedingen en rijksbijdragen voor grensoverschrijdingen/vermeerdering.
- Correcties (Af): Er worden diverse posten in mindering gebracht op het totaalbedrag, waaronder:
- Inhoudingen voor pensioenen (de grootste post).
- Kosten voor reservisten.
- Uitkeringen aan "oorlogsdienstnemers" (personen die militaire dienst hebben verricht).
- Kosten voor gedetacheerde ambtenaren.
- Eindresultaat: De berekening dient om het totaal van de grootboekrekening ("rekening van uitgaven") te laten aansluiten bij de individuele "stamkaarten" van het personeel. Het eindbedrag bedraagt f 167.570,80.
Historische Context
Dergelijke overzichten zijn kenmerkend voor de gemeentelijke administratie in een tijd dat alles nog handmatig in grootboeken werd bijgehouden. De specifieke sectoren (Slachthuis, Markten) waren vaak semi-commerciële gemeentebedrijven die een eigen begroting voerden. De post "oorlogsdienstnemers" wijst op een sociaal beleid waarbij ambtenaren die in militaire dienst traden (tijdens de mobilisatie of oorlog) gecompenseerd werden of hun pensioenopbouw behielden. Het handschrift en de terminologie (zoals "Gratificatiën" en "Vischmarkt") duiden op een datering tussen circa 1920 en 1950. De precisie tot op de cent nauwkeurig toont de nauwgezetheid van de toenmalige klerken.