Brief (doorslag/minuut), bladzijde 2.
Origineel
Brief (doorslag/minuut), bladzijde 2. 11 juli 1942. Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 8A/44/1 M. d.d. 11 Juli 1942 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.
Dienst voor zijn bemoeiingen als sub-agent reeds wordt gehonoreerd
met een vergoeding van ƒ 25,- per maand. (vide hieromtrent Uw brief
van 30 Mei j.l. No. 472 L.M.); voor den Inspecteur, den heer A.H.
de Haer(no. 87), zou ik het bedrag willen stellen op ƒ 450,- (ge-
lijk aan 1 1/2 periodieke salarisverhooging) en voor den bureauchef,
den Heer A.H. van Duinhoven(no. 58) op ƒ 300,-(gelijk aan 1 1/2 peri-
odieke salarisverhooging) en voor den hulpopzichter, den heer J.
Stam(no. 78) ƒ 200,- welk bedrag ongeveer overeenkomt met het be-
drag, dat Stam zou hebben ontvangen, wanneer hem de overuren zou-
den zijn uitbetaald.
Ik moge U beleefd verzoeken te willen bevorderen, dat bij
Besluit van den Burgemeester aan bovengenoemde ambtenaren gratifi-
caties worden toegekend, zooals hiervoor is aangegeven.
De Directeur,
Accoord met door Directeur
geparafereerde minute.
De Secretaris: Het document betreft een formeel verzoek om financiële extra's (gratificaties) toe te kennen aan drie ambtenaren van de gemeentelijke dienst Marktwezen.
- Argumentatie: Voor de hogere ambtenaren (De Haer en Van Duinhoven) wordt de hoogte van de gratificatie gekoppeld aan hun salarisschaal (anderhalve periodieke verhoging). Voor de hulpopzichter Stam dient de gratificatie als compensatie voor niet-uitbetaalde overuren.
- Bureaucratie: Het gebruik van personeelsnummers en de verwijzing naar eerdere correspondentie (30 mei) en specifieke regelingen (sub-agent vergoeding) wijzen op een strikte administratieve gang van zaken.
- Besluitvorming: De directeur stelt het voor, de secretaris tekent voor akkoord op de minuut, maar het uiteindelijke "Besluit" moet door de Burgemeester worden genomen. Dit document is opgesteld in juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de "Directeur van het Marktwezen" speelden in deze periode een cruciale rol in de voedselvoorziening en de distributie van goederen, die door schaarste en rantsoenering onder grote druk stonden.
In deze periode was het ambtenarenapparaat onderhevig aan de voorschriften van de bezetter, maar de dagelijkse administratie van gemeentelijke diensten liep grotendeels door volgens de bestaande hiërarchie. De vermelding van "sub-agent" kan duiden op extra taken in het kader van de distributie of controle op de zwarte handel. De gratificaties waren waarschijnlijk bedoeld om de loyaliteit en inzet van het personeel te belonen in een tijd van toenemende inflatie en werkdruk. A.H. Marktwezen