Archiefdocument
Origineel
(Pagina 2)
de verschillende ~~verstrekkingen~~ ondergroepen
genoemd onder 1$^o$. Deze ambtenaren
zijn sedert Maart j.l. en vele zondagen
des avonds voor
den dienst werkzaam.
4$^o$ / Het komt mij gewenscht voor
deze functionarissen voor hun pres-
taties extra te waardeeren en stel u
daarom voor, hun een gratificatie
toe te kennen.
Voor den bureauchef, den heer
J. Broerse (N$^o$ 107) zou ik het bedrag
willen stellen op f 300.- (gelijk aan
een periodieke salarisverhooging), omdat
hij door den A.B.D. voor zijn bemoeiingen
als sub-agent reeds wordt gehonoreerd
met een vergoeding van f 25.- per maand.
(Zie de hieromtrent Uw schrijven 30 Mei j.l.
N$^o$ 472/17); voor den inspecteur,
den heer A. H. de Haer (N$^o$ 87) zou ik
het bedrag willen stellen op f 450.-
(gelijk aan 1 1/2 periodieke salaris-
verhooging) en voor den bureauchef,
den heer H. A. v. Duinhoven (N$^o$ 58)
f 300.- (gelijk aan 1 1/2 periodieke salaris-
verhooging) en voor den hulpopzichter, den
heer Stam (N$^o$ ...) f 200.-, welk bedrag
moge ik u verzoeken
te willen bevorderen, dat bij besluit
van den Burg. aan bovengenoemde
ambtenaren de gratificaties worden
toegekend, zooals hiervoren is aangegeven.
[Linkermarge:]
Vorig jaar
overeenkomst
met het
bedrag dat
Stam zou
hebben ont-
vangen,
wanneer hem
de overuren
zouden zijn
uitbetaald.
[Onderaan:]
Concept
door den v.o.i. zijn
voldoende goedgekeurd. [geparafeerd] Dit document is een ambtelijk voorstel (waarschijnlijk opgesteld door een afdelingshoofd aan de secretaris of de burgemeester) voor het uitbetalen van extra beloningen aan vier specifieke ambtenaren. De reden voor dit verzoek is de aanzienlijke hoeveelheid overwerk (avonden en zondagen) die zij sinds maart van dat jaar hebben verricht.
De voorgestelde bedragen zijn gekoppeld aan de 'periodieke salarisverhoging', een gangbare maatstaf in die tijd om de hoogte van een bonus te bepalen:
* J. Broerse (Bureauchef): f 300,-. Er wordt opgemerkt dat hij voor andere taken (als sub-agent voor de A.B.D.) al een maandelijkse vergoeding ontvangt.
* A. H. de Haer (Inspecteur): f 450,- (anderhalf keer een periodiek).
* H. A. v. Duinhoven (Bureauchef): f 300,- (anderhalf keer een periodiek).
* Stam (Hulpopzichter): f 200,-. De kanttekening in de marge verduidelijkt dat dit bedrag gelijkstaat aan wat hij het jaar daarvoor aan overuren uitbetaald zou hebben gekregen.
De tekst eindigt met de formele vraag om dit voorstel om te zetten in een officieel besluit van de burgemeester. De brief dateert uit 1917, midden in de Eerste Wereldoorlog (hoewel Nederland neutraal was, zorgde dit voor enorme administratieve druk door distributie, mobilisatie en vluchtelingen). De afkorting A.B.D. zou kunnen verwijzen naar een specifieke overheidsinstantie of een 'Algemeene Bedrijfsdienst'. In deze periode was het gebruikelijk dat ambtenaren handmatig hun uren bijhielden en dat voor buitengewone inzet een 'gratificatie' moest worden aangevraagd bij het college van Burgemeester en Wethouders. De referentie aan dossiernummer 472/17 van 30 mei duidt op een strakke archivering van de correspondentie binnen deze specifieke gemeente of overheidsinstelling.