Officieel rondschrijven van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel rondschrijven van de Gemeente Amsterdam. 17 april 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). [Stempel linksboven:] $N^{o} 8^{A}/45/1$
[Stempel middenboven:] M. 1944 40/4
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 625 Arb. 1944
Onderwerp:
Duur tijdelijk dienstverband
[Handgeschreven notitie rechtsboven, mogelijk initialen:] M. J. Dri.
Amsterdam, 17 April 1944
Bij mijn rondschrijven, d.d. 26 October 1943, No. 1633 Arb., bracht ik te Uwer kennis een Instructie van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, d.d. 25 September 1943, No. 87/1943, betreffende de ambtsperiode van tijdelijk aangestelde ambtenaren.
Ik deel U thans mede, dat de Rijkscommissaris bij zijn Instructie No. 10/1944, welke is gedateerd op 28 Maart 1944 en in werking is getreden op 29 Maart d.a.v., heeft bepaald, dat in plaats van de woorden „31 Maart 1944", voorkomende in het eerste lid van genoemde Instructie No. 87/1943, gelezen moeten worden de woorden „31 Maart 1945".
Ik verzoek U in voorkomende gevallen met het bovenstaande rekening te houden.
De Burgemeester van Amsterdam,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
Aan Heeren Hoofden van
diensten, bedrijven en administratiën
[Linksonder:] Stadsdrukkerij Amsterdam 9086-4-44-150
[Handgeschreven notitie rechtsonder:] furd ver - Dit document is een administratieve mededeling van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de Duitse bezetting. De kern van de boodschap is een technische wijziging in de regelgeving omtrent tijdelijk overheidspersoneel. Een eerdere deadline (31 maart 1944) voor het aflopen van tijdelijke aanstellingen wordt met precies één jaar verschoven naar 31 maart 1945.
De tekst illustreert de bureaucratische continuïteit van de gemeente, maar ook de directe hiërarchische ondergeschiktheid aan de bezettingsmacht. De wijziging vindt immers plaats op last van een "Instructie van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart). Door de datum van april 1944 bevindt de stad zich in de laatste fase van de oorlog; dergelijke verlengingen waren noodzakelijk om het overheidsapparaat draaiende te houden in een periode van toenemende instabiliteit en personeelstekorten. De ondertekenaar van het stuk is Edward Voûte, die in 1941 door de bezetter werd aangesteld als burgemeester van Amsterdam nadat de zittende burgemeester De Vlugt was ontslagen. Voûte gold als een pragmatische collaborateur die probeerde de stad te besturen binnen de kaders van de Duitse 'nieuwe orde'.
De genoemde "Rijkscommissaris" was de hoogste civiele autoriteit in bezet Nederland. Het feit dat zelfs details over de aanstellingsduur van tijdelijke ambtenaren via zijn instructies liepen, toont aan hoe diep de Duitse controle in de lokale Nederlandse administratie was doorgedrongen. Dergelijke documenten zijn waardevol voor historisch onderzoek naar de werking van de lokale overheid onder nationaalsocialistisch bewind. De voorgedrukte voetnoot van de "Stadsdrukkerij Amsterdam" met een codering voor 1944 onderstreept de officiële, gestandaardiseerde aard van deze correspondentie.