Brief (doorslag/kopie van een officieel schrijven).
Origineel
Brief (doorslag/kopie van een officieel schrijven). 5 april 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). [Linksboven in potlood:] 8^A/47/1
[Midden boven in potlood:] extra
5 April 1944. S/SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Naar aanleiding van een desbetref-
fende telefonische opdracht Uwerzijds, dat
door mijn dienst een drietal leden van het
personeel moet worden afgestaan voor uit-
zending naar Duitschland, heb ik de eer U
onderstaand de namen en gegevens te doen toe-
komen van de personeelsleden die hiervoor
mijns inziens in aanmerking moeten worden ge-
bracht.
De Directeur,
J.Pietersma 19-10-1916 gehuwd Gr.Floriszstr.14 III
J.W.de Vos 19-4-1916 idem Keizersgracht 284
H.de Vries 29-3-1915 idem Ceintuurbaan 48 huis
alle controleur van de Centrale Markt. * Inhoud: Het document betreft de administratieve afhandeling van de tewerkstelling van Amsterdams gemeentepersoneel in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de Centrale Markt geeft gehoor aan een telefonische opdracht van de wethouder om drie personeelsleden aan te wijzen voor uitzending.
* Toon en taalgebruik: De brief is opgesteld in een uiterst formele en zakelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U..."). Er spreekt geen enkel voorbehoud of protest uit de tekst; de directeur voert de opdracht bureaucratisch uit. De term "uitzending naar Duitschland" is een eufemisme voor de verplichte Arbeitseinsatz.
* Geselecteerden: Het betreft drie mannen in de leeftijd van 27 en 28 jaar, allen gehuwd en werkzaam als controleur. Hun volledige adressen in Amsterdam (De Pijp, Grachtengordel en Zuid) zijn vermeld.
* Historische waarde: Dit document is een treffend voorbeeld van hoe de gemeentelijke bureaucratie tijdens de bezetting functioneerde als doorgeefluik voor Duitse eisen. Het illustreert de directe impact van de bezettingsmaatregelen op het leven van individuele burgers en ambtenaren. In 1944 nam de druk van de Duitse bezetter om Nederlandse mannen in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie (de Arbeitseinsatz) enorm toe. Gemeentelijke diensten werden gedwongen om lijsten van personeelsleden op te stellen die "misbaar" waren. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam was in deze periode Jan Smit (een NSB'er), die de controle had over de voedselvoorziening en de Centrale Markt. Voor de genoemde mannen betekende dit schrijven waarschijnlijk een spoedige deportatie naar Duitsland om daar in fabrieken of bij de spoorwegen te werken, ver van hun gezin.
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft de administratieve afhandeling van de tewerkstelling van Amsterdams gemeentepersoneel in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de Centrale Markt geeft gehoor aan een telefonische opdracht van de wethouder om drie personeelsleden aan te wijzen voor uitzending.
- Toon en taalgebruik: De brief is opgesteld in een uiterst formele en zakelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U..."). Er spreekt geen enkel voorbehoud of protest uit de tekst; de directeur voert de opdracht bureaucratisch uit. De term "uitzending naar Duitschland" is een eufemisme voor de verplichte Arbeitseinsatz.
- Geselecteerden: Het betreft drie mannen in de leeftijd van 27 en 28 jaar, allen gehuwd en werkzaam als controleur. Hun volledige adressen in Amsterdam (De Pijp, Grachtengordel en Zuid) zijn vermeld.
- Historische waarde: Dit document is een treffend voorbeeld van hoe de gemeentelijke bureaucratie tijdens de bezetting functioneerde als doorgeefluik voor Duitse eisen. Het illustreert de directe impact van de bezettingsmaatregelen op het leven van individuele burgers en ambtenaren.
Historische Context
In 1944 nam de druk van de Duitse bezetter om Nederlandse mannen in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie (de Arbeitseinsatz) enorm toe. Gemeentelijke diensten werden gedwongen om lijsten van personeelsleden op te stellen die "misbaar" waren. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam was in deze periode Jan Smit (een NSB'er), die de controle had over de voedselvoorziening en de Centrale Markt. Voor de genoemde mannen betekende dit schrijven waarschijnlijk een spoedige deportatie naar Duitsland om daar in fabrieken of bij de spoorwegen te werken, ver van hun gezin.