Getypte brief/circulaire (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief/circulaire (doorslag of kopie). Juni 1944. geld uit, waarop het personeel, ware deze regeling niet getroffen
aanspraak zou kunnen maken.
Op grond van het vorenstaande kunt U derhalve den arbeidscontrac-
tanten, die ingevolge het Arbeidsovereenkomstenbesluit recht op aan-
vulling tot 100% van hun loon hebben, het volle bedrag uitbetalen.
Over de drie caredagen, waarover krachtens het Arbeidsovereenkom-
stenbesluit, 80% van het loon uitbetaald moet worden, zal in totaal
80% van het loon worden uitbetaald, dat de arbeidscontractant op 1
Januari 1944 verdiende.
Krachtens de Ziektewet moet het ziekengeld berekend worden naar
het loon, verdiend in de dertien weken, voorafgaande aan den eersten
dag van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. Het wordt niet billijk
geacht, dat die arbeiders, die geen aanvulling op het loon ontvangen
doch slechts de bedragen, waarop zij krachtens de Ziektewet recht
hebben, en die buiten de aanvulling tot het volle loon vallen door-
dat zij ziek zijn, ook nog het lagere ziekengeld ontvangen.
Ik moge U derhalve verzoeken het ziekengeld voor bedoelde arbei-
ders, die op of na 1 Januari 1944 arbeidsongeschikt wegens ziekte
zijn geworden, te berekennen naar het verhoogde loon van 1 Januari
1944 en hun de verhooging uit te betalen.
In verband hiermede verzoek ik U mij, zoo mogelijk spoedig, een
opgave in duplo te willen doen toekomen, waarin vermeld worden de na
men en adressen der personeelsleden, die in het tijdvak 1 Januari
tot 28 April 1944, ziekengeld hebben genoten, benevens de ingevolge
de salarisverhooging gewijzigde loonbedragen.
De Wethouder voor de Arbeidszaken,
[handtekening: J. Mijnlieff]
S.W. Stadhuis,
A'dam, Juni 1944
Volgno. 1. Het document betreft een administratieve instructie over de berekening van ziekengeld voor gemeentelijk personeel in Amsterdam. De kern van het besluit is een correctie op de Ziektewet. Normaal gesproken werd ziekengeld berekend over het gemiddelde loon van de 13 weken voorafgaand aan de ziekte. Omdat er per 1 januari 1944 een loonsverhoging had plaatsgevonden, zouden zieke werknemers die kort na die datum uitvielen, een lager ziekengeld krijgen (gebaseerd op het oude loon) dan zij op basis van hun nieuwe salaris zouden verwachten. De wethouder stelt dat dit "niet billijk" (niet rechtvaardig) is en gelast dat de verhoging met terugwerkende kracht moet worden toegepast op de uitbetalingen aan zieken. Er wordt specifiek gevraagd om een lijst van personeelsleden die tussen 1 januari en 28 april 1944 ziek waren. Dit document stamt uit juni 1944, de slotfase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (vlak na D-Day). Amsterdam stond op dat moment onder Duits bestuur, maar het ambtelijke apparaat in het Stadhuis bleef functioneren. De ondertekenaar is waarschijnlijk J. Mijnlieff, die tijdens de bezetting als wethouder voor Sociale Zaken/Arbeidszaken fungeerde. De term "caredagen" (wachtdagen) en de verwijzing naar het "Arbeidsovereenkomstenbesluit" tonen de complexe juridische structuur van de arbeidsvoorwaarden in die tijd, waarbij gepoogd werd de sociale rust te bewaren door inflatiecorrecties en loonregelingen, ondanks de oorlogsomstandigheden.