Ambtelijke correspondentie (brief)
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief) 21 juni 1944 De Wethouder voor de Levensmiddelen De Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam G E M E E N T E A M S T E R D A M
Afd. L.M. 22
No. 408 (1944) No 8A/59/3 M. 1944 Amsterdam, 21 Juni 1944.
m.i. h. Müller
Onderwerp: mededeel Mej. Visser
Levering van kousen ambtenaressen.
Ten vervolge op mijn schrijven dd. 26 Mei j.l. No. 408 L.M. deel ik U mede, dat mij nader gebleken is, dat van een gemiddelden prijs van ± f. 1,35 per paar kousen geen sprake kan zijn, doch dat zij in verschillende prijsklassen moeten worden afgeleverd.
Op grond hiervan kunnen de volgende aantallen aan U binnen enkele dagen worden toegezonden.
2 paar à f. 1.25
" " "
" " "
" " "
De kousen worden U door den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening toegezonden.
Eventueele wenschen ten aanzien van de afgeleverde goederen verzoek ik U schriftelijk aan den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening kenbaar te maken. Persoonlijke reclames kunnen bij dien dienst niet worden aangenomen.
U gelieve er - voor zooveel noodig - Uw personeel nog opmerkzaam op te maken, dat het geen eerste keus kousen betreft.
A a n De Wethouder voor de Levensmiddelen,
den heer Directeur van den [Signatuur/Handtekening]
Dienst van het Marktwezen,
_ A _ L _ H _ I _ E _ R _ (W).
C.S.Stadh.
A'dam 6 - 4
N .72 * Toon en taal: De brief is geschreven in een formele, ambtelijke stijl met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "wenschen", "zooveel", "den").
* Inhoud: Het document betreft de logistieke afhandeling van de distributie van kousen voor vrouwelijk personeel. Opvallend is de correctie op de prijsstelling (niet één gemiddelde prijs, maar verschillende prijsklassen) en de expliciete waarschuwing dat het "geen eerste keus" betreft.
* Bureaucreatie: Er wordt strikt verwezen naar eerdere correspondentie en de hiërarchie van de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening". Klachten ("reclames") worden enkel schriftelijk en via de officiële weg geaccepteerd. Dit document stamt uit juni 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan textiel en andere basisgoederen. Alles was "op de bon" of werd streng gereguleerd door de overheid via distributiesystemen.
Dat een wethouder zich persoonlijk bezighoudt met de levering van kousen voor ambtenaressen, illustreert de extreme schaarste; zelfs eenvoudige kledingstukken waren staatszaak geworden. De opmerking dat het "geen eerste keus" betreft, duidt op de verslechterende kwaliteit van de beschikbare producten (vaak surrogaatmaterialen) in de laatste oorlogsjaren. De brief is verzonden vlak na de geallieerde landingen in Normandië (D-Day), in een tijd van grote spanning en economische ontregeling in Amsterdam.