Getypte ambtelijke brief/memo.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memo. 31 mei 1944. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, te plaatsen ("Alhier"). [Links boven:] 8a/59/2M.
[Midden boven, handgeschreven:] extra
[Rechts boven, handgeschreven:] M. Muller
[Rechts boven:] 31 Mei 1944. vB/SV.
[Links:] verstrekking kousen.
[Rechts:]
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw circulaire
d.d. 26 Mei jl. no. 408 L.M. 1944 heb ik
de eer U te berichten, dat bij mijn dienst
een vrouwelijke ambtenaar 2 paar kousen
tegen den vastgestelden prijs van ± f. 1,35
per paar wenscht te koopen.
De Directeur, Het document is een korte zakelijke mededeling uit de slotfase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De tekst is opgesteld in de toen gangbare formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "wenscht te koopen").
De kern van de brief is het verzoek voor de aankoop van twee paar kousen voor een vrouwelijke ambtenaar. Het feit dat voor zo'n alledaags artikel een officiële brief van de directeur van een dienst aan een wethouder nodig was, illustreert de extreme schaarste en de daaruit voortvloeiende bureaucratische controle tijdens de bezettingsjaren. Er wordt verwezen naar een specifieke circulaire (no. 408 L.M. 1944), wat duidt op een strikt gereguleerd distributiesysteem. De prijs van ongeveer 1,35 gulden per paar was een officieel vastgestelde prijs om woekerprijzen op de zwarte markt tegen te gaan. In mei 1944 was Nederland al vier jaar bezet door nazi-Duitsland. De oorlogseconomie draaide volledig op rantsoenering. Niet alleen voedsel, maar ook kleding en textiel (zoals kousen) waren nagenoeg niet meer vrij verkrijgbaar.
Dergelijke goederen werden gedistribueerd via een systeem van distributiebonnen en toewijzingen. Voor ambtenaren bestonden er soms aparte regelingen of toewijzingen via hun dienst, zoals hier blijkt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in veel gemeenten de taak om de distributie van schaarse goederen in goede banen te leiden. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse realiteit van schaarste en de verregaande overheidsbemoeienis met kleine persoonlijke behoeften in oorlogstijd. M. Muller
Samenvatting
Het document is een korte zakelijke mededeling uit de slotfase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De tekst is opgesteld in de toen gangbare formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "wenscht te koopen").
De kern van de brief is het verzoek voor de aankoop van twee paar kousen voor een vrouwelijke ambtenaar. Het feit dat voor zo'n alledaags artikel een officiële brief van de directeur van een dienst aan een wethouder nodig was, illustreert de extreme schaarste en de daaruit voortvloeiende bureaucratische controle tijdens de bezettingsjaren. Er wordt verwezen naar een specifieke circulaire (no. 408 L.M. 1944), wat duidt op een strikt gereguleerd distributiesysteem. De prijs van ongeveer 1,35 gulden per paar was een officieel vastgestelde prijs om woekerprijzen op de zwarte markt tegen te gaan.
Historische Context
In mei 1944 was Nederland al vier jaar bezet door nazi-Duitsland. De oorlogseconomie draaide volledig op rantsoenering. Niet alleen voedsel, maar ook kleding en textiel (zoals kousen) waren nagenoeg niet meer vrij verkrijgbaar.
Dergelijke goederen werden gedistribueerd via een systeem van distributiebonnen en toewijzingen. Voor ambtenaren bestonden er soms aparte regelingen of toewijzingen via hun dienst, zoals hier blijkt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in veel gemeenten de taak om de distributie van schaarse goederen in goede banen te leiden. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse realiteit van schaarste en de verregaande overheidsbemoeienis met kleine persoonlijke behoeften in oorlogstijd.