Getypte brief/circulaire (pagina 2).
Origineel
Getypte brief/circulaire (pagina 2). Maart 1943. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (M.G. Franken). 2.
hun ontslag, onder toezending van een afschrift van de bij-
gevoegde beschikking van den Rijkscommissaris voor het be-
zette Nederlandsche gebied, d.d. 18 Februari 1943.
Een opgave van namen, functies en adressen der
ontslagenen zie ik vóór den 25en Maart a.s. tegemoet (in-
zenden afdeeling Arbeidszaken).
Indien zich gevallen voordoen, als bedoeld in het
slot der beschikking, zie ik gaarne een gemotiveerd voorstel
Uwerzijds tegemoet.
De Burgemeester van Amsterdam,
[w.g. Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[w.g. M. G. Franken]
Arb.z., Stadhuis,
A'dam, Mrt. '43.
Volgnr. 12 Dit document is de tweede pagina van een officiële kennisgeving van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de tekst is de uitvoering van een ontslagronde onder gemeentepersoneel.
- Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar een beschikking van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied (Arthur Seyss-Inquart) van 18 februari 1943.
- Administratieve opdracht: De verschillende diensten worden gesommeerd om vóór 25 maart 1943 een lijst met persoonsgegevens (namen, functies, adressen) van de ontslagen werknemers in te dienen bij de afdeling Arbeidszaken.
- Uitzonderingen: De tekst laat ruimte voor "gemotiveerde voorstellen" voor specifieke gevallen, waarschijnlijk bedoeld om onmisbaar personeel te behouden of om aan te geven wie onder specifieke clausules van de naziverordening viel. Dit document stamt uit een kritieke fase van de bezetting. In februari 1943 werden de maatregelen van de bezetter aangescherpt. De genoemde beschikking van 18 februari 1943 hangt samen met de gedwongen inzet van arbeidskrachten (de Arbeitseinsatz) en het verder 'zuiveren' van het ambtelijk apparaat van personen die als politiek onbetrouwbaar of ongewenst (zoals Joodse ambtenaren, hoewel de meesten toen al ontslagen waren) werden beschouwd.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. Hij stond bekend als een 'collaborend' ambtenaar die probeerde de stad draaiende te houden door mee te werken met de Duitse eisen. De betrokkenheid van de afdeling Arbeidszaken wijst erop dat deze ontslagen ambtenaren mogelijk direct in aanmerking kwamen voor tewerkstelling in Duitsland. Het document is een treffend voorbeeld van hoe de bureaucratie van een grote stad als Amsterdam werd ingezet om de bezettingsmaatregelen efficiënt uit te voeren.