Handgeschreven ambtelijke brief/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/memo. 15 maart 1943. Onbekend (waarschijnlijk een diensthoofd van de gemeente Amsterdam, gezien de referentie naar "mijn dienst"). [Linksboven:] 43/13/2
[Middenboven:] Spoed [onderstreept met vier lijnen]
[Rechtsboven:] A’dam, 15/3 1943
[Aantekeningen boven de tekst:]
Sype
op 16/3 gelezen
door de Heeren
v.d. Bm [Burgemeester]*
H.E.H. Weth. Arb. Zaken
(in afschrift a. W.P.M.)
Naar aanleiding van de circulaire dd. 10 Maart jl. No 425 a Feb. 1943 met bijlage i.z. ontslag overheidspersoneel met joodsche(n) echtgenoot(e) heb ik de eer U te berichten, dat één dergelijke ambtenaar bij mijn dienst werkzaam is, op wien de circulaire van toepassing is, en wel R. Hooft, controleur, sal. groep II, wonende Veerstraat 37 III.
Ik zou in dit geval gebruik willen maken van de mogelijkheid, bedoeld in het slot der beschikking van den Rijkscomm. dd. 15 Febr. jl.
Zooals in mijn brief van 23 Febr. l. No 43/16/217, i.z. uitzending gemeentepersoneel naar Duitschland reeds uitvoerig werd uiteengezet, is de personeelssterkte van den Dienst thans zoodanig, dat van eenige reserve voor ziekte, vacantie e.d. in het geheel geen sprake meer is, terwijl voor de komende maanden, gezien de uitgebreide bemoeiingen van den Dienst met de visch[verkoop?] te dezer stede en de drukkere bedrijvigheid op de C.M. [Centrale Markt] gedurende het zomerseizoen, met een ernstig tekort aan personeel, speciaal aan controleerende ambtenaren, rekening moet worden gehouden. Hooft is reeds jaren in gem. dienst en staat uitstekend aangeschreven. Het is een rustige en betrouwbare ambtenaar, waarmee nog nimmer eenige moeilijkheid werd ondervonden. Indien eenigszins mogelijk zou ik daarom beleefd in de overweging willen geven, te verzoeken dat voor hem [vrijstelling?] wordt [verleend?] ... [tekst loopt onderaan door maar is deels onleesbaar/afgescheurd].
[Kantlijn links:]
voorzie-
niet
V. * Onderwerp: De brief betreft een verzoek om vrijstelling van ontslag voor een gemeenteambtenaar (R. Hooft) die getrouwd is met een Joodse partner.
* Toon en taalgebruik: Zeer formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in de overweging willen geven"). De brief is typerend voor de administratieve omgang met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
* Argumentatie: Het diensthoofd voert geen morele bezwaren aan, maar puur pragmatische en zakelijke redenen. Hij wijst op:
1. De personeelskrapte door de Arbeitseinsatz (uitzending naar Duitsland).
2. De onmisbaarheid van de ambtenaar vanwege naderende drukte in de vissector en op de Centrale Markt in de zomer.
3. De uitstekende staat van dienst en betrouwbaarheid van de betreffende ambtenaar.
* Juridische context: Er wordt verwezen naar een ontslagbesluit van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) van 15 februari 1943, waarin blijkbaar een ontsnappingsclausule stond voor "onmisbaar" personeel. Dit document is een indringend voorbeeld van de bureaucratische uitvoering van de Holocaust in Nederland. Nadat in 1940 alle Joodse ambtenaren al waren ontslagen, richtte de bezetter zich in 1943 op ambtenaren in "gemengde huwelijken".
De brief illustreert het spanningsveld waarin Nederlandse ambtenaren werkten: aan de ene kant de uitvoering van de verordeningen van de bezetter, aan de andere kant de pogingen om de eigen organisatie draaiende te houden en individuele personeelsleden te beschermen door te wijzen op hun "onmisbaarheid". Het noemen van de Centrale Markt en de visvoorziening onderstreept hoe essentieel deze diensten waren voor de voedselvoorziening van de stad Amsterdam tijdens de oorlogsjaren.