Dienstbrief / Verordening van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Verordening van de Gemeente Amsterdam. 17 juni 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Hoofden van Administraties, Diensten en Bedrijven van de gemeente Amsterdam. [Handgeschreven linksboven:] 8A/69/1
GEMEENT[E] [tekst onderbroken door vlek] [Handgeschreven rechtsboven:] Vertrouwelijk
No.1130 Arb.1944
Onderwerp: verbod verlaten
van Amsterdam.
Amsterdam 17 Juni 1944
Hierby deel ik U mede, dat, zoolang de alarmtoestand duurt, het geheele personeel van Uw diensttak, wonende in deze Gemeente, zich niet zal mogen begeven buiten de onmiddellyke omgeving van Amsterdam, zoodat, mocht plotseling het treinverkeer gestaakt worden, het mogelyk is binnen enkele uren te voet de woning te bereiken.
In elk geval zal ieder gedurende den nacht in zyn woning aanwezig moeten zyn, tenzy zyn dienstverband by de Gemeente hem alders roept.
Aan ambtenaren en werklieden kan verlof ~~worden~~ en vacantie worden verleend, doch gedurende het verlof en den vacantie tyd zal het voorgaande van kracht zyn.
Noodzakelyke dienstreizen kunnen plaats hebben, doch slechts nadat hiervoor de toestemming van my of den desbetreffenden wethouder is verkregen.
[Parafen/Handtekeningen in inkt]
Aan Heeren Hoofden van
Administratien, Diensten
en Bedryven.
De Burgemeester van Amsterdam,
get. Voute
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken
Arb.Z.Stadhuis
Aᵈam Juni 1944
Volgno.104 Het document is een dwingende instructie aan het Amsterdamse gemeentepersoneel. De kernboodschap is dat werknemers de stad niet mogen verlaten en 's nachts thuis moeten zijn. De opgegeven reden is logistiek: men moet in staat zijn om bij een plotselinge staking van het treinverkeer binnen enkele uren te voet naar huis te kunnen terugkeren.
Opvallend is de archaïsche spelling (zoals "by", "zyn", "vacantie"), wat destijds nog gebruikelijk was in officiële correspondentie. In de derde alinea is een typefout hersteld door het woord "worden" met x-jes door te halen. De handgeschreven parafen duiden op een ambtelijke afhandeling of goedkeuring door tussenpersonen voordat het document werd gearchiveerd. De datum van de brief, 17 juni 1944, is cruciaal voor de context. Dit is slechts elf dagen na D-Day (de geallieerde invasie in Normandië). De bezetter en de collaborerende overheid in Nederland verkeerden in een staat van verhoogde paraatheid ("alarmtoestand"). Er werd rekening gehouden met sabotage, geallieerde luchtaanvallen op de infrastructuur of een algemene spoorwegstaking (die uiteindelijk later dat jaar, in september 1944, daadwerkelijk zou plaatsvinden).
De burgemeester op dat moment was Edward Voûte, een pro-Duitse burgemeester die door de bezetter was aangesteld. Dit bevel weerspiegelt de poging van het collaborerende bestuur om de controle over de stad en haar diensten te behouden in een periode van toenemende instabiliteit en naderende bevrijding. De bewegingsvrijheid van burgers, inclusief ambtenaren, werd hiermee drastisch ingeperkt om de "continuïteit" van de stad onder alle omstandigheden te garanderen.