Officieel rondschrijven/dienstmededeling.
Origineel
Officieel rondschrijven/dienstmededeling. 1 oktober 1944. De Burgemeester van Amsterdam (getekend door de Gemeentesecretaris namens hem). Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedrijven van de gemeente Amsterdam. M. GEMEENTE AMSTERDAM.
No. 1039 m Arb. 1944.
Onderwerp: salaris- of loonvoorschot.
Amsterdam, 1 October 1944.
Onder verwijzing naar de laatste alinea van mijn rondschrijven van 18 Juli 1944, No 1039 g Arb. 1944, betreffende het in margine bedoelde onderwerp, machtig ik U hierbij, over te gaan tot uitreiking aan het personeel van de bij Uw diensttak gereedgemaakte zakjes met het salaris- of loonvoorschot.
Ik herinner hierbij aan de op 10 Juni jl., bij rondschrijven No. 1039 a Arb. 1944, terzake gegeven voorschriften, krachtens welke de geldzakjes in ongeschonden staat moeten worden bewaard en bij elke salaris- of loonbetaling moeten worden getoond. Voorts dient het personeel er nogmaals met nadruk op te worden gewezen, dat het hier betreft een voorschot op salaris of loon, hetwelk t.z.t. wederom met het salaris of loon zal worden verrekend.
Aan de forensen, die hun werkzaamheden nog niet normaal verrichten, mag het voorschot eerst worden uitgekeerd, nadat U mijnerzijds nader bericht heeft ontvangen.
De Burgemeester van Amsterdam,
[handtekening]
de Gemeentesecretaris,
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten
en Bedrijven.
Arb. Z. Stadhuis
A'dam, Oct. 1944
Volgno. 159
[Stempel onderaan:]
Nº 84/98/1 M. 1944 11/20 Het document is een ambtelijke instructie betreffende de uitbetaling van loonvoorschotten aan gemeentepersoneel in Amsterdam. De burgemeester geeft toestemming om gereedstaande "geldzakjes" uit te keren. Er wordt strikt verwezen naar eerdere regelgeving (juni en juli 1944) over het beheer van deze zakjes: ze moeten ongeschonden blijven en getoond worden bij elke betaling.
Een cruciaal detail is de laatste alinea: forensen die hun werk niet "normaal" verrichten, krijgen voorlopig niets. Dit wijst op een sanctie of administratieve blokkade voor personeel dat door de omstandigheden van de oorlog niet op het werk kan verschijnen. De datum, 1 oktober 1944, plaatst dit document midden in een uiterst turbulente fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de geallieerde opmars in september (Market Garden) was op 17 september de landelijke Spoorwegstaking uitgebroken.
De "forensen" waarover in de laatste alinea gesproken wordt, waren waarschijnlijk ambtenaren die buiten Amsterdam woonden en door de staking niet meer op hun werk konden komen. De bezettende macht en het collaborerende stadsbestuur (onder burgemeester Edward Voûte) probeerden de staking te breken door onder andere de salarissen van stakers of 'afwezigen' in te houden.
Tevens markeert dit document het begin van de Hongerwinter. De logistiek van loonuitbetaling in fysieke "zakjes" en de strenge controle daarop onderstreept de precaire financiële en materiële situatie van die tijd. De vermelding dat het om een "voorschot" gaat dat later "verrekend" zal worden, duidt op een poging om de administratieve grip op de chaotische economie te behouden.