Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 6 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst). SA/104/211. VB/SV.
[handgeschreven:] extra
6 November 1944.
Den Heer waarnemend Politie-
President,
Marnixstraat 260-264,
Amsterdam-Centrum.
Bijgaand heb ik de eer U te doen
toekomen de aanstelling als buitengewoon
veldwachter der gemeente Amsterdam (no.
fol. 08.21/17286) benevens de daarbij be-
hoorende penning (no.325) van den contro-
leur J. Pietersma.
Deze aanstelling dient te worden in-
getrokken, daar genoemde ambtenaar met in-
gang van 1 Juli 1944 ontslag uit den ge-
meentedienst heeft genomen.
Het mijn dienst toekomende bedrag,
dat naar ik aanneem, bij het uitreiken
der penning is betaald, verzoek ik U te
doen overschrijven op rekening no.76 bij
het Gemeentelijk Girokantoor.
De Directeur, De brief betreft de administratieve afhandeling van het ontslag van een ambtenaar, de heer J. Pietersma, die werkzaam was als 'controleur' en tevens was aangesteld als 'buitengewoon veldwachter'. Omdat Pietersma per 1 juli 1944 ontslag heeft genomen uit de gemeentedienst, worden zijn officiële aanstellingsbescheiden en zijn dienstpenning (nummer 325) geretourneerd aan de Politie-President.
Opmerkelijk is het verzoek om het bedrag dat destijds voor de penning is betaald (waarschijnlijk een borg of leges), terug te storten op de rekening van de betreffende gemeentelijke dienst bij het Gemeentelijk Girokantoor (rekening 76). De toon is strikt formeel en bureaucratisch. Het document dateert uit november 1944, midden in de bezettingstijd en aan het begin van de Hongerwinter. De geadresseerde, de 'waarnemend Politie-President', resideerde in het hoofdbureau van politie aan de Marnixstraat. De functie van Politie-President was een door de Duitse bezetter ingevoerde rang om de controle over het politieapparaat te centraliseren.
Hoewel de oorlogssituatie in november 1944 in Amsterdam uiterst precair was (voedsel- en brandstoftekorten), laat dit document zien dat de ambtelijke molens en de financiële verantwoording tot in detail bleven doordraaien. Het ontslag van Pietersma vond al plaats in juli 1944; mogelijk hield dit verband met de algemene onrust of stakingen in die periode, of simpelweg een reguliere beëindiging van het dienstverband die pas later administratief werd verwerkt. J. Pietersma Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Politie
Samenvatting
De brief betreft de administratieve afhandeling van het ontslag van een ambtenaar, de heer J. Pietersma, die werkzaam was als 'controleur' en tevens was aangesteld als 'buitengewoon veldwachter'. Omdat Pietersma per 1 juli 1944 ontslag heeft genomen uit de gemeentedienst, worden zijn officiële aanstellingsbescheiden en zijn dienstpenning (nummer 325) geretourneerd aan de Politie-President.
Opmerkelijk is het verzoek om het bedrag dat destijds voor de penning is betaald (waarschijnlijk een borg of leges), terug te storten op de rekening van de betreffende gemeentelijke dienst bij het Gemeentelijk Girokantoor (rekening 76). De toon is strikt formeel en bureaucratisch.
Historische Context
Het document dateert uit november 1944, midden in de bezettingstijd en aan het begin van de Hongerwinter. De geadresseerde, de 'waarnemend Politie-President', resideerde in het hoofdbureau van politie aan de Marnixstraat. De functie van Politie-President was een door de Duitse bezetter ingevoerde rang om de controle over het politieapparaat te centraliseren.
Hoewel de oorlogssituatie in november 1944 in Amsterdam uiterst precair was (voedsel- en brandstoftekorten), laat dit document zien dat de ambtelijke molens en de financiële verantwoording tot in detail bleven doordraaien. Het ontslag van Pietersma vond al plaats in juli 1944; mogelijk hield dit verband met de algemene onrust of stakingen in die periode, of simpelweg een reguliere beëindiging van het dienstverband die pas later administratief werd verwerkt.