Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 2 december 1944. Vermoedelijk een hoofd van een gemeentelijke dienst (gezien de handtekening "W. Rutler" of "Ruttler" en de referentie aan "mijn dienst"). [Rechtsboven handgeschreven:] W. Rutler [of Ruttler]
[Midden boven handgeschreven:] Verzonden 5/12
[Rechtsboven getypt:] vB/SV.
8a/114/1M.
2 December 1944.
Gratificaties en toelagen
aan ambtenaren.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder verwijzing naar de besprekingen, welke ik
ter zake met U mocht voeren, heb ik de eer U het volgende
te berichten.
Gedurende den afgeloopen tijd hebben eenige ambte-
naren van mijn dienst belangrijke werkzaamheden verricht in
verband met de levering van paling aan personeelsgroepen,
ziekenhuizen enz. te Amsterdam, welke levering heeft plaats
gevonden in overleg met het Bedrijfschap voor Visscherij-
producten.
De bedoelde ambtenaren hebben zich steeds, vooral
op het gebied der vischvoorziening (genoemd mag nog worden
de regeling van de Scheveningsche visch) verdienstelijk ge-
maakt.
De paling werd vanuit Friesland naar de hoofdstad
getransporteerd, waarmede genoemde ambtenaren, velerlei be-
moeiingen, vooral ook buiten de kantooruren, hebben gehad.
De onderneming is uitstekend geslaagd, zoodat door
de werkzaamheden van deze ambtenaren een belangrijke voedings
middel aan groot groepen der bevolking van Amsterdam ten
goede is gekomen.
Het komt mij derhalve gewenscht voor aan de betref-
fende ambtenaren een gratificatie te doen toekennen, in ver-
band waarmede ik de eer heb U voor te stellen:
1o. voor den Inspecteur, den heer A.H.de Haer(no.87) en den
bureauchef, den heer H.A.van Duinhoven(no.58), dit bedrag
vast te stellen op resp. f. 300.- en f. 250.-.
Verder is, zooals U bekend is, de marktmeester van
mijn dienst, C.Blom(no.98), belast met speciale werkzaam-
heden ten aanzien van de verschaffing enz. van scheepsruimte
voor het vervoer van levensmiddelen, meer speciaal aardap-
pelen, groenten en fruit, naar de gemeente Amsterdam.
Ik stel U voor aan Blom, gerekend te zijn ingegaan
1 October 1944 voor den duur der bijzondere werkzaamheden,
een toelage van f. 300.- per jaar te willen verleenen. Deze brief is een formeel verzoek om financiële beloningen voor drie specifieke ambtenaren die zich hebben onderscheiden tijdens de voedselvoorziening in de winter van 1944.
De kernpunten zijn:
1. De prestatie: Het organiseren van palingtransporten vanuit Friesland naar Amsterdam ten behoeve van ziekenhuizen en specifieke groepen. Ook de distributie van "Scheveningsche visch" wordt genoemd.
2. De personen:
* A.H. de Haer (Inspecteur): voorgestelde gratificatie van ƒ 300,-.
* H.A. van Duinhoven (Bureauchef): voorgestelde gratificatie van ƒ 250,-.
* C. Blom (Marktmeester): voorgestelde toelage van ƒ 300,- per jaar (met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 1944) voor zijn werk bij het regelen van scheepsruimte voor aardappelen en groenten.
3. Motivatie: De ambtenaren hebben veel extra werk verricht, ook buiten kantooruren, en het resultaat was van groot belang voor de Amsterdamse bevolking. De datum van het document, 2 december 1944, is cruciaal. Nederland bevindt zich midden in de Hongerwinter. Amsterdam was door de Duitse bezetter afgesloten van brandstof en voedselaanvoer uit de rest van het land (als wraak voor de spoorwegstaking).
In deze periode was de voedselvoorziening in de grote steden in het westen van Nederland volledig ingestort. Friesland gold als de 'voorraadschuur' van Nederland waar nog wel voedsel was. De transporten waarover in deze brief gesproken wordt — paling, aardappelen en groenten — waren letterlijk van levensbelang voor de stad. De genoemde ambtenaren opereerden in een extreem chaotische en gevaarlijke omgeving, waarbij zij transporten moesten regelen ondanks de blokkades en de vordering van schepen door de bezetter.
Het feit dat er specifiek gesproken wordt over leveringen aan "personeelsgroepen" en "ziekenhuizen" laat zien hoe de schaarse middelen prioritair verdeeld werden in een stad die op de rand van de hongerdood balanceerde. De bedragen (250 tot 300 gulden) waren voor die tijd aanzienlijk, wat het uitzonderlijke karakter van hun inspanningen onderstreept.