Dienstbrief / Begeleidend schrijven.
Origineel
Dienstbrief / Begeleidend schrijven. 14 februari 1944. Een niet nader genoemde "Directeur". Het Zegelkantoor. (Handgeschreven bovenaan:)
Verzonden 14/2 A.Muller
(Getypt:)
10/2/2M. 9 14 Februari 1944. SV.
Aan het Zegelkantoor.
Hierbij doe ik U toekomen 9
kwitanties, welke niet in handen van de
betreffende schuldenaren zijn geweest.
De Directeur,
no.1424 no.1481
no.1442 no.1486
no.1443 no.1493
no.1449 no.1494
no.1450 Dit document is een korte, zakelijke begeleidingsbrief bij de verzending van een negental kwitanties naar het Zegelkantoor. De kern van de boodschap is dat deze kwitanties nooit bij de schuldenaren terecht zijn gekomen. De specifieke nummers van de kwitanties worden onderaan opgesomd.
De handgeschreven notitie "Verzonden 14/2" met de paraaf "A.Muller" fungeert als een verzendbevestiging voor het interne archief. De code "10/2/2M." aan de linkerzijde en de initialen "SV." aan de rechterzijde zijn waarschijnlijk interne referentienummers of de initialen van de typist(e). De datum, 14 februari 1944, plaatst dit document midden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de bureaucratie rondom financiën, belastingen en vorderingen uiterst strikt.
Hoewel de afzender enkel als "De Directeur" wordt aangeduid, vertoont de opmaak en het type papier gelijkenissen met administratieve stukken van instanties zoals de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (LIRO). Dergelijke instanties hielden een nauwgezette administratie bij van in beslag genomen goederen en vorderingen. Het feit dat kwitanties "niet in handen van de betreffende schuldenaren zijn geweest" kan erop duiden dat de geadresseerden onbereikbaar waren, bijvoorbeeld door deportatie of onderduik. Het Zegelkantoor was in die tijd verantwoordelijk voor het innen van leges en het afstempelen van officiële documenten. A. Muller Liro
Samenvatting
Dit document is een korte, zakelijke begeleidingsbrief bij de verzending van een negental kwitanties naar het Zegelkantoor. De kern van de boodschap is dat deze kwitanties nooit bij de schuldenaren terecht zijn gekomen. De specifieke nummers van de kwitanties worden onderaan opgesomd.
De handgeschreven notitie "Verzonden 14/2" met de paraaf "A.Muller" fungeert als een verzendbevestiging voor het interne archief. De code "10/2/2M." aan de linkerzijde en de initialen "SV." aan de rechterzijde zijn waarschijnlijk interne referentienummers of de initialen van de typist(e).
Historische Context
De datum, 14 februari 1944, plaatst dit document midden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de bureaucratie rondom financiën, belastingen en vorderingen uiterst strikt.
Hoewel de afzender enkel als "De Directeur" wordt aangeduid, vertoont de opmaak en het type papier gelijkenissen met administratieve stukken van instanties zoals de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (LIRO). Dergelijke instanties hielden een nauwgezette administratie bij van in beslag genomen goederen en vorderingen. Het feit dat kwitanties "niet in handen van de betreffende schuldenaren zijn geweest" kan erop duiden dat de geadresseerden onbereikbaar waren, bijvoorbeeld door deportatie of onderduik. Het Zegelkantoor was in die tijd verantwoordelijk voor het innen van leges en het afstempelen van officiële documenten.