Typoscript (getypte brief) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Typoscript (getypte brief) met handgeschreven aantekening. 7 juli 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Afdeeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheden, Raadhuis, Alhier. [Handgeschreven in potlood/pen bovenaan:] extra
10/7/3M. diversen 7 Juli 1944. M/SV.
Afdeeling Assurantiezaken
en Wettelijke Aansprake-
lijkheden,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
Ik heb de eer U hierbij te doen toe-
komen: 84 slips waarop de bijzonderheden
vermeld staan van vorderingen op markt-
kooplieden en standplaatshouders tot een
totaalbedrag groot f. 298,48, waarvan de
inning door mijn dienst op moeilijkheden
stuit.
Beleefd verzoek ik U eventueele
betalingen te doen geschieden ten gunste
van de rekening no. 76 van den Dienst van
het Marktwezen bij het Gemeentelijke
Girokantoor.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke mededeling waarin de Dienst van het Marktwezen een reeks oninbare vorderingen overdraagt aan de juridische afdeling van de gemeente (de Afdeeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheden). Het gaat om 84 specifieke gevallen ("slips") van marktkooplieden en standplaatshouders die hun staangeld of andere heffingen niet hebben betaald.
Het totale bedrag van f. 298,48 (ongeveer 3,50 gulden per vordering) suggereert dat het gaat om relatief kleine bedragen per individu, maar dat de optelsom en de "moeilijkheden" bij de inning een formele overdracht naar de incasso- of juridische afdeling rechtvaardigen. De term "Alhier" duidt erop dat beide diensten zich in dezelfde stad bevinden. De datum van de brief, 7 juli 1944, is historisch saillant. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting, een maand na D-Day. In deze periode nam de economische schaarste en de armoede onder de burgerbevolking (waaronder marktkooplieden) hand over hand toe. Het feit dat de inning op "moeilijkheden stuit" kan een direct gevolg zijn van de oorlogsomstandigheden, waarbij kooplieden simpelweg de middelen niet hadden om te betalen of de administratieve orde verstoord was.
De verwijzing naar het "Gemeentelijke Girokantoor" wijst zeer waarschijnlijk op Amsterdam, aangezien Amsterdam de enige Nederlandse gemeente was met een eigen Gemeentegiro (opgericht in 1917). Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie zelfs onder extreme oorlogsomstandigheden en kort voor de hongerwinter bleef functioneren wat betreft de kleinste financiële details.