Officiële correspondentie op briefpapier van de "OMNIA" Treuhandgesellschaft M.B.H.
Origineel
Officiële correspondentie op briefpapier van de "OMNIA" Treuhandgesellschaft M.B.H. 27 juni 1944. A. Korting, Sachbearbeiter der „OMNIA“ Treuhandgesellschaft M.B.H. (kantoor Amsterdam). A: KORTING
SACHBEARBEITER DER „OMNIA“
TREUHANDGESELLSCHAFT M.B.H. :
K 169
~~ARNHEM, den~~ Amsterdam, 27 Juni 1944.
~~UTRECHTSCHESTRAAT 1~~ Leidschestr. 106,
z. Zt.: Tel. 43964
052/V.
[Handgeschreven paraaf in blauwe inkt: m.i. ...?]
Aan het Hoofdkantoor
van den Dienst van het Marktwezen.
A m s t e r d a m.
Jan van Galenstr.
Betr. ; Liquidatie Fa. A. Weening, A'dam, Spaarnwouderdijk 107.
Mijne Heeren,
De Rijkskommissaris voor de bezette Nederlandsche Gebieden belastte mij met de liquidatie van bovenstaande Joodsche onderneming.
Wij verzoeken U beleefd ons te willen bevestigen dat de "Vergunning" tot het innemen van een standplaats op 13.1.1942 werd ingetrokken.
[Groot paars stempel:] N=39/70/1 M.1944 20/6
Hoogachtend,
Der Treuhänder
OMNIA
TREUHANDGESELLSCHAFT M.B.H.
i.V. [Handtekening]
[Handgeschreven in potlood:] accoord
[Stempel in lichtblauwe inkt:] 30 JUN 1944 * Administratieve Roof: Dit document is een direct bewijsstuk van de bureaucratische afwikkeling van de 'Arisering' en liquidatie van Joods bezit tijdens de bezetting. De term "liquidatie" wordt hier eufemistisch gebruikt voor de diefstal van een bedrijfsvoering.
* De Rol van Omnia: De Omnia Treuhandgesellschaft was een door de nazi-bezetter aangestelde instantie die tot doel had Joodse bedrijven te beheren, te verkopen of te liquideren. De opbrengsten vloeiden doorgaans naar de Duitse schatkist of roofbanken zoals Lippmann, Rosenthal & Co.
* Samenwerking: De brief toont de interactie tussen de nazi-roofinstantie en een reguliere gemeentelijke dienst (Dienst van het Marktwezen). De annotatie "accoord" en het datumstempel van 30 juni 1944 laten zien dat de gevraagde bevestiging prompt werd verwerkt.
* Tijdslijn: De vergunning zou al op 13 januari 1942 zijn ingetrokken. In juni 1944, vlak voor de bevrijding van Zuid-Nederland, was men dus nog steeds bezig met de administratieve afronding van de uitsluiting van Joden uit het economische leven die jaren eerder was ingezet. De firma A. Weening was gevestigd aan de Spaarnwouderdijk 107 in Amsterdam. De eigenaar was Abraham Weening, een koopman in lompen en metalen. De intrekking van de marktvergunning begin 1942 was een gevolg van de verordeningen die het Joden verboden om markten te bezoeken of daar handel te drijven.
Dergelijke documenten uit de archieven van de Dienst van het Marktwezen zijn essentieel voor het reconstrueren van de systematische wijze waarop Joodse Amsterdammers uit hun beroep werden gezet en van hun bezittingen werden beroofd voordat zij werden gedeporteerd. De precieze vermelding "Joodsche onderneming" in de tekst onderstreept de ideologische motivatie achter deze administratieve handeling.