Besluit/Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester.
Origineel
Besluit/Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester. 14 januari 1944. $N^o$ 20/1/4 $^a$ M.1944 $\frac{29}{1}$ [handgeschreven:] Marktw 775
No. 46/2 L.M. 1944 Vermindering straf marktkooplieden
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Vrijdag, 14 Januari 1944
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No. 152 Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgno. 517);
Gezien zijn besluiten van 10 September 1943 No. 486 L.M., van 17 September 1943 No. 694 L.M., van 1 October 1943 No. 739 L.M., van 29 October 1943 No. 838 L.M. 1943 en van 10 December 1943 Nos. 986 en 1001 L.M. 1943;
B e s l u i t :
de aan onderstaande kooplieden opgelegde straf, wegens het overtreden van de distributievoorschriften - onder intrekking van het desbetreffend bepaalde in zijn bovenvermelde besluiten - te verminderen en hun het recht te ontnemen tot het innemen van een plaats op een der markten alhier voor den tijd van vier maanden, derhalve tot den datum achter ieders naam vermeld.
- E.J. Helder - Anjeliersstr. 119 hs. }
- Mw. A.M. 't Hooft-Penning - Gelderschekade 102 } 8 Januari 1944
- M. Antenbrink - P. Nieuwlandstr. 6 }
- J. Moelee - Commelinstraat 48 }
-
M.H. van Dijk - Distelweg 62 }
-
Mw. A.J. Raamsdonk-Ukonings - Granidastr. 86 - 7 Februari 1944
- J. Klaassen - Saenredamstraat 32 II 3 Maart 1944
- J.A. Voers - Menadostr. 10 13 April 1944
-
J. Klugt - Kloveniersburgwal 121 III 13 April 1944
-
W.J. Stern - Tollensstr. 76 II }
- P. Ponner - A. Cuypstr. 123 }
- Mw. C.M. Valk-Both - Westerstr. 252 III }
- J. Rotgans - den Herder - 3e Kattenb.dw.str. 16 II } 21 Januari 1944
- Mw. J.F. Moelee-Boekelman - Commelinstr. 48 III }
- J.M. Hijstek - Barndesteeg 18 }
-
Mw. H.E. Sponslee-v. Ekelen - Dapperstr. 20 I }
-
P.J. Helder }
- Mw. J.E. Helder-Stevens } Anjeliersstr. 119 hs. 12 Februari 1944
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks).
C.K.
C.S. Stadhuis No. 474 Voor eensluidend extract,
A'dam, 1-'44 de Gemeentesecretaris
(get.) J.P. FRANKEN * Inhoud: Het document is een formeel besluit waarin eerder opgelegde straffen tegen achttien specifieke marktkooplieden worden herzien. De kooplieden waren bestraft voor het overtreden van de distributievoorschriften (het rantsoeneringssysteem). De oorspronkelijke straffen worden "verminderd" naar een marktverbod van precies vier maanden.
* Administratieve context: Het besluit verwijst naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris", wat duidt op de juridische inbedding in het nationaalsocialistische bestuur tijdens de bezetting. De burgemeester op dat moment was de collaborateur Edward Voûte.
* Personen en adressen: Het document bevat een lijst met namen en adressen van Amsterdamse burgers, wat waardevol is voor genealogisch onderzoek en de geschiedenis van de zwarte handel/distributieovertredingen in specifieke wijken (zoals de Jordaan en de Dapperbuurt).
* Formaat: Het betreft een officieel extract, getekend door de gemeentesecretaris J.P. Franken. De Romeinse cijfers achter de adressen (I, II, III) geven de verdieping aan. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er een nijpend tekort aan goederen, wat leidde tot een streng distributiestelsel met bonkaarten. Overtreding van deze regels (zoals handel zonder bonnen of het achterhouden van voorraden) werd streng bestraft door de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur.
Dit specifieke document uit januari 1944 valt in een periode waarin de schaarste toenam en de controle op de markten (zoals de Albert Cuypmarkt en de Dappermarkt, die in de adressenlijst terugkomen) werd opgevoerd. Hoewel er gesproken wordt van "vermindering straf", bleef een marktverbod van vier maanden een zware sanctie voor kooplieden die voor hun inkomen volledig afhankelijk waren van hun standplaats. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsautoriteiten het dagelijks leven en de handel tot in detail reguleerden.