Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 26 mei 1944. [Linksboven, getypt:] No.46/4 L.M.1944.
[Rechtsboven, handgeschreven:] Markten
[Rechtsboven, getypt:] Straf marktkooplieden.
[Grote stempel/drukwerk in het midden:]
Nº 20/1/6 d M. 1944 n/6
[Rechtsboven, handgeschreven in rood/blauw potlood:]
a/
u.g. Din.
dett. S.p.
[symbool/paraaf]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 26 Mei 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen;
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 17 Mei 1944 No.20/1/6 b/M ;
Gelet op art. 39 van het Reglement op de Markten; alsmede art. 7 van de Gebakdistributie-beschikking 1942 I;
B e s l u i t :
den termyn van 14 dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen het recht van toegang tot de markten heeft ontzegd aan J.F.Boekelman, Oude Schans 20 I, A.M.M.Schreuder, Boomstraat 69 III, en A.Werner, Hemonystraat 26 hs. wegens overtreding van de distributievoorschriften, te weten het verkoopen of laten verkoopen van gebak zonder bon, met ingang van 2 Juni 1944 voor den tyd van vier maanden te verlengen, derhalve tot en met 1 October 1944.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
MS.
[paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
*(get.)* **J. F. FRANKEN** [stempel in paars] Dit document is een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam waarin de straf voor drie specifieke marktkooplieden wordt verzwaard. De heren J.F. Boekelman, A.M.M. Schreuder en A. Werner waren aanvankelijk voor 14 dagen geschorst van de markten. Dit besluit verlengt die uitsluiting aanzienlijk naar een periode van vier maanden (van 2 juni tot 1 oktober 1944).
De reden voor deze straf is de "overtreding van de distributievoorschriften", specifiek het verkopen van gebak zonder dat daar de wettelijk vereiste distributiebonnen voor werden geïnd. De juridische basis voor de straf wordt gevormd door zowel het reguliere marktreglement als de specifieke oorlogstijd-verordening: de "Gebakdistributie-beschikking 1942 I".
Opmerkelijk is de brede portefeuille van de betrokken wethouder, die verantwoordelijk was voor zowel de voedselvoorziening als de publieke hygiëne (was- en badinrichtingen). Het document dateert van mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem voor vrijwel alle levensmiddelen.
Handel drijven buiten het bonnensysteem om (zwarte handel) werd door de autoriteiten streng aangepakt, omdat het de centrale controle op de voedselvoorraad ondermijnde. De burgemeester van Amsterdam was in 1944 Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Het apparaat van de gemeente Amsterdam bleef tijdens de oorlog functioneren en handhaafde zowel algemene wetten als de door de bezetter opgelegde distributieregels.
De straf — vier maanden niet mogen werken op de markt — was een zware economische sanctie voor de betrokkenen in een tijd waarin inkomen en toegang tot goederen van levensbelang waren. De "Gebakdistributie-beschikking" waarnaar verwezen wordt, illustreert hoe gedetailleerd de staat de consumptie in oorlogstijd probeerde te reguleren, tot aan luxeartikelen zoals gebak toe.