Archiefdocument
Origineel
30 mei 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). $N\underline{o}$ 20/1/6 $c$ M.1944 $\frac{1}{6}$
[Handgeschreven rechtsboven:]
nu Dir. Marktw
dek. ~~Insp.~~
(paraf)
L.M. 46/4 '44
30 Mei 1944.
straf.
Ik deel U mede te hebben besloten om den termijn van 14 dagen,
gedurende welken de Directeur van het Marktwezen U het recht van toe-
gang tot de markten heeft ontzegd wegens het verkoopen of het laten
verkoopen van gebak zonder bon, met vier maanden te verlengen.
U kunt derhalve eerst weder op 2 October 1944 tot de markt worden
toegelaten.
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) V o û t e
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
Aan+
J.F.Boekelman, Oude Schans 20 I
A.M.M.Schreuder, Boomstr.69 III
A.Werner, Hemonystraat 26 hs Dit document is een formele kennisgeving van een administratieve straf tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de verlenging van een marktverbod voor drie genoemde personen.
- De overtreding: Het verkopen (of laten verkopen) van gebak zonder de vereiste distributiebonnen. In oorlogstijd was dit een economisch delict omdat het de rantsoenering ondermijnde.
- De straf: Een oorspronkelijk verbod van 14 dagen opgelegd door de Directeur van het Marktwezen wordt door de burgemeester verzwaard met een verlenging van vier maanden.
- Rechtsgeldigheid: De brief is ondertekend namens Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van grote schaarste aan voedsel en goederen. Alles was "op de bon". Handel buiten het officiële distributiesysteem om (de zwarte markt) werd streng bestraft door de bezettende macht en de meewerkende Nederlandse autoriteiten.
Het "Marktwezen" was de instantie die toezicht hield op de handel op markten. De burgemeester, Edward Voûte, was een regeringscommissaris die door de Duitsers was aangesteld en nauw samenwerkte met de bezetter om de openbare orde en de distributiewetten te handhaven. De datum, mei 1944, plaatst dit document vlak voor de invasie in Normandië, in een periode waarin de schaarste en de repressie in Nederland hun hoogtepunt naderden. De genoemde adressen (Oude Schans, Boomstraat, Hemonystraat) zijn locaties in Amsterdamse volksbuurten. A. Werner A.M.M. Schreuder E.J. Vo J.F. Boekelman J.F. Franken Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele kennisgeving van een administratieve straf tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de verlenging van een marktverbod voor drie genoemde personen.
- De overtreding: Het verkopen (of laten verkopen) van gebak zonder de vereiste distributiebonnen. In oorlogstijd was dit een economisch delict omdat het de rantsoenering ondermijnde.
- De straf: Een oorspronkelijk verbod van 14 dagen opgelegd door de Directeur van het Marktwezen wordt door de burgemeester verzwaard met een verlenging van vier maanden.
- Rechtsgeldigheid: De brief is ondertekend namens Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van grote schaarste aan voedsel en goederen. Alles was "op de bon". Handel buiten het officiële distributiesysteem om (de zwarte markt) werd streng bestraft door de bezettende macht en de meewerkende Nederlandse autoriteiten.
Het "Marktwezen" was de instantie die toezicht hield op de handel op markten. De burgemeester, Edward Voûte, was een regeringscommissaris die door de Duitsers was aangesteld en nauw samenwerkte met de bezetter om de openbare orde en de distributiewetten te handhaven. De datum, mei 1944, plaatst dit document vlak voor de invasie in Normandië, in een periode waarin de schaarste en de repressie in Nederland hun hoogtepunt naderden. De genoemde adressen (Oude Schans, Boomstraat, Hemonystraat) zijn locaties in Amsterdamse volksbuurten.