Doorslag van een officieel bericht/strafbeschikking.
Origineel
Doorslag van een officieel bericht/strafbeschikking. 17 mei 1944. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markten Amsterdam). (Handschrift in blauw/paars bovenaan:)
Verzonden 17/5 [onleesbaar, mogelijk initialen]
(Getypte tekst:)
20/1/8a M. SV.
17 Mei 1944.
Mij is gerapporteerd, dat U op Uw
plaats op de Albert Cuypstraat doordat
U aldaar gebak en/of koek zonder bon ver-
koopt, de distributievoorschriften niet
naleeft. U brengt daardoor de goede orde
op die markt in gevaar.
In verband met deze overtreding
heb ik U ingevolge artikel 39 van het
Reglement op de Markten gestraft met ont-
neming van het recht tot het innemen van
een plaats op een der markten te dezer
stede voor den tijd van 14 dagen, namelijk
van Vrijdag 19 Mei tot en met Donderdag
1 Juni 1944, terwijl U inzake verdere
jegens U te treffen maatregelen door den
Burgemeester zal worden bericht.
De Directeur,
Gezonden aan:
J.F. Smit, Albert Cuypstraat 203A I-
J.F. van Hoeven-Smit, Albert Cuypstraat 116 I. * Aanleiding: De marktkraamhouder is betrapt op het verkopen van gebak of koek zonder de verplichte distributiebonnen. Tijdens de oorlogsjaren was vrijwel alle voedsel gerantsoeneerd; verkoop buiten dit systeem om werd streng gestraft.
* Maatregel: Een tijdelijke uitsluiting (schorsing) van 14 dagen van alle markten in de stad (Amsterdam).
* Juridische basis: Artikel 39 van het lokale Marktreglement.
* Escalatie: De brief waarschuwt dat er mogelijk nog verdere maatregelen volgen via de Burgemeester. Dit kon in die tijd variëren van geldboetes tot zwaardere vervolging door de bezettingsautoriteiten voor economische delicten.
* Adressering: De brief is gericht aan twee personen met dezelfde achternaam op verschillende adressen in dezelfde straat, wat wijst op een familiebedrijf. Dit document stamt uit mei 1944, een jaar van extreme schaarste in het bezette Nederland. Het handhaven van de "distributievoorschriften" was een kerntaak van de lokale overheid om de voedselvoorziening (onder controle van de Duitse bezetter) te reguleren. De Albert Cuypmarkt was en is de belangrijkste markt van Amsterdam.
Het verkopen van goederen zonder bon werd gezien als zwarte handel. Hoewel dergelijke handel voor veel Amsterdammers de enige manier was om aan extra voedsel te komen, trad de marktmeester strikt op om de 'goede orde' te bewaren en te voorkomen dat de bezetter harder zou ingrijpen in het marktsysteem. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte.