Ambtelijke brief/communiqué
Origineel
Ambtelijke brief/communiqué 18 december 1944 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gericht aan de Wethouder) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") 20/7/24M.
HB.
18 December 1944.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn brief d.d. 6 December
jl. no. 20/7/23 M., heb ik de eer U beleefd te
verzoeken wel te willen bevorderen, dat het na-
volgende communiqué deze week in de pers wordt
opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam brengt ter
openbare kennis van marktbezoekers en markt-
kooplieden, dat de markten hier ter stede, in
verband met de verduisteringsmaatregelen, uiter-
lijk een half uur vóór zonsondergang door de
marktkooplieden moeten zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van
18 tot en met 23 December 1944 om 16.00 uur
zijn ontruimd".
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van een niet nader genoemde directeur aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. Het doel is de publicatie van een officieel bericht (communiqué) namens de Burgemeester in de plaatselijke kranten.
De kern van de boodschap is een aanscherping van de regels voor de Amsterdamse markten: vanwege de geldende verduisteringsmaatregelen moeten alle markten uiterlijk een half uur vóór zonsondergang leeg zijn. Specifiek voor de week van 18 tot en met 23 december 1944 wordt dit tijdstip vastgesteld op 16.00 uur. Dit is een administratieve opvolging van een eerdere correspondentie van 6 december. De datum, 18 december 1944, is cruciaal voor het begrijpen van dit document. Nederland bevond zich midden in de Hongerwinter. Amsterdam was bezet door Nazi-Duitsland en kampte met extreme voedseltekorten, kou en gebrek aan brandstof.
De verduisteringsmaatregelen ("verduisteringsmaatregelen") werden door de bezetter streng gehandhaafd om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers zich op de lichten van de stad konden oriënteren. Omdat het in december al vroeg donker wordt, dwong dit de markten — die essentieel waren voor de minimale voedselvoorziening die er nog was — om extreem vroeg te sluiten.
De vermelding van de Wethouder voor de Levensmiddelen onderstreept de ernst van de situatie; deze functionaris was in die periode verantwoordelijk voor de wanhopige pogingen om de bevolking van de nodige calorieën te voorzien. De vroege sluitingstijd van 16.00 uur illustreert hoe het dagelijks leven in de bezette stad volledig werd gedicteerd door zowel militaire noodzaak als de natuurlijke cyclus van het winterseizoen.