Ambbtelijk rapport (inspectieverslag).
Origineel
Ambbtelijk rapport (inspectieverslag). [Stempel linksboven:]
Nº 20/S/13
[Paars stempel:] M. 1944 8/2
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:]
contr. dossier
opb
A
17-2-44 [met rode onderstreping]
v [potlood]
DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
===== R A P P O R T =====
op 19 Januari 1944
[Initialen/krabbel: MJ?]
In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen, heb ik, J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, contrôle gehouden bij den verkoop van visch op de dagmarkt ALBERT CUYPSTRAAT alhier.
Tijdens mijn contrôle hebben alleen die personen visch ontvangen die in de rij hebben gestaan. (Uitgezonderd personen, die in het bezit waren van een gele Voorrangskaart.
De kleinhandelaar Posthumius heeft op Woensdag 19 Januari van den Gemeentelijken Vischafslag 40 pond snoekbaars ontvangen. Hiervan heeft hij 36 pond aan het publiek verkocht.
Waarvan dit rapport te ^A msterdam op 22 Januari 1944.
De Ambtenaar voornoemd,
[Signatuur: J.H. de Grebber]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R Dit document is een beknopt verslag van een marktmeester of controleur van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De kern van het rapport is het toezicht op de eerlijke verdeling van schaarse goederen (in dit geval snoekbaars) tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Enkele opvallende punten uit de tekst:
* Ordehandhaving: De ambtenaar stelt expliciet vast dat de vis alleen werd verkocht aan mensen die netjes in de rij stonden. Dit duidt op de spanningen en mogelijke onrust bij voedseldistributie in 1944.
* De 'gele Voorrangskaart': Er wordt melding gemaakt van een uitzonderingspositie voor houders van een gele voorrangskaart. Dergelijke kaarten werden in de oorlog uitgegeven aan specifieke groepen, zoals zwangere vrouwen, mensen met jonge kinderen of bepaalde zieken, om hen te ontzien in de lange wachtrijen.
* Kwantitatieve controle: De ambtenaar noteert exact hoeveel vis de handelaar ontving (40 pond) en hoeveel er verkocht is (36 pond). Deze mate van detail was noodzakelijk om zwarte handel te voorkomen en te controleren of de winkelier niet illegaal voorraden achterhield. Het rapport dateert uit januari 1944, een periode waarin de voedselschaarste in het bezette Nederland steeds nijpender werd. De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een cruciaal distributiepunt voor de Amsterdamse bevolking.
De "Dienst van het Marktwezen" speelde een sleutelrol in de gecontroleerde economie van de bezetter. Alles was op de bon en de handel stond onder streng toezicht. Snoekbaars was een zoetwatervis die destijds nog in redelijke mate beschikbaar was via de Gemeentelijke Visafslag, maar de toewijzing aan handelaren was strikt gelimiteerd. Het feit dat er een officieel rapport wordt opgemaakt over de verkoop van slechts 36 pond vis, illustreert de bureaucratische controle over elk grammetje voedsel in de laatste oorlogsjaren.