Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 26 januari 1944 (met een latere aantekening van 14 februari 1944). DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
Nº 20/S/12 M. 1944 8/2 _ _ R A P P O R T _ _
================
In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen
heb ik, J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen,
een onderzoek ingesteld naar den mosselen verkoop in de
Dapperstraat alhier. Het vermoeden bestond, dat de klein-
handelaren, Gerrit Lammers en Otto, de mosselen niet in
de Dapperstraat verkocht zouden worden doch wel op het
Javaplein alhier.
In de week van 16 Januari tot 22 Januari 1944, heb
ik deze personen eenige malen gecontroleerd. Zij laden
de mosselen op een vrachtauto voor gezamelijke rekening.
De mosselen zijn echter steeds in de Wagenaarstraat
verkocht tegen den maximum vastgestelde prijs.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 26 Januari 1944.
De Ambtenaar voornoemd,
[Handtekening: J.H. de Grebber]
J. H. de Grebber
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R
[Handgeschreven paraaf/teken onder de rode datum] Dit document is een intern verslag van een opsporingsambtenaar van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De kern van het rapport is een onderzoek naar mogelijke overtredingen van marktvoorschriften door twee handelaren, Gerrit Lammers en Otto.
De handelaren werden ervan verdacht hun toegewezen standplaats (Dapperstraat) te verlaten om op een lucratievere of drukkere plek (Javaplein) te verkopen. Uit de observatie van ambtenaar De Grebber blijkt dat de verdachten inderdaad niet in de Dapperstraat stonden, maar in de Wagenaarstraat. Echter, de ambtenaar merkt expliciet op dat zij zich hielden aan de "maximum vastgestelde prijs", wat in de context van de oorlogstijd een cruciaal detail was. Het rapport lijkt daarmee eerder een vaststelling van feiten dan een directe aanklacht voor een zwaar vergrijp, aangezien er geen sprake was van woekerprijzen of zwarte handel.
De taal is formeel en archaïsch ("den mosselen verkoop", "alhier", "voornoemd"), passend bij de ambtelijke standaard van de jaren '40. Het document dateert van januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en stonden de handel en distributie van voedsel onder streng toezicht van de overheid.
De Dienst van het Marktwezen had de taak om de orde op de markten te handhaven en toezicht te houden op de naleving van distributievoorschriften en prijsbeheersing. Juist omdat veel goederen op de zwarte markt voor veel te hoge prijzen werden verkocht, was de controle op de "maximumprijzen" een prioriteit voor de autoriteiten (zowel de Nederlandse gemeente als de bezetter).
De genoemde locaties — Dapperstraat, Javaplein en Wagenaarstraat — liggen alle in Amsterdam-Oost. Dit rapport geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de micro-economie van de stad tijdens de bezettingsjaren, waarbij zelfs kleine mosselhandelaren nauwlettend in de gaten werden gehouden. H. de Grebber J.H. de Grebber Gemeente Amsterdam Marktwezen