Archiefdocument
Origineel
28 februari 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") 20/7/8 M. 28 Februari 1944. SV.
extra
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=============
Ten vervolge op mijn brief d.d.
21 Februari 1944 no. 20/7/7M., heb ik de
eer U beleefd te verzoeken wel te willen be-
vorderen, dat het navolgende communique
deze week in de pers wordt opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam
brengt ter openbare kennis van marktbezoekers
en marktkooplieden, dat de markten hier ter
stede in verband met de verduisteringsmaat-
regelen uiterlijk een half uur vóór zons-
ondergang door de marktkooplieden moeten
zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de
week van Maandag 6 tot en met Zaterdag 11
Maart 1944 om 18.00 uur zijn ontruimd".
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een directeur (waarschijnlijk van de Amsterdamse marktdienst) de wethouder voor Levensmiddelen verzoekt om een officieel communiqué in de kranten te laten plaatsen. De kern van de mededeling is dat de Amsterdamse markten vanwege de geldende verduisteringsvoorschriften een half uur vóór zonsondergang volledig ontruimd moeten zijn door de kooplieden. Voor de specifieke week van 6 tot en met 11 maart 1944 wordt het uiterste tijdstip vastgesteld op 18:00 uur. Dit type documentatie toont de logistieke en administratieve afhandeling van bezettingsmaatregelen op lokaal niveau. Het document dateert van februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Verduisteringsmaatregelen waren van cruciaal belang voor de Duitse bezetter om geallieerde piloten te belemmeren bij het navigeren op stedelijke oriëntatiepunten tijdens nachtelijke bombardementen. Dit had een enorme impact op het openbare leven; zodra de avond viel, moest alle verlichting strikt afgeschermd zijn. Voor de markten, een vitale schakel in de toch al precaire voedselvoorziening (vandaar de betrokkenheid van de wethouder voor Levensmiddelen), betekende dit dat de handel en het opruimen strikt gebonden waren aan het daglicht. De Burgemeester van Amsterdam in deze periode was de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris Edward Voûte.