Dienstbrief / Communiqué
Origineel
Dienstbrief / Communiqué 18 oktober 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instelling in Amsterdam) [Links boven:]
20/7/16M.
[Rechts boven:]
18 October 1944. SV.
[Geadresseerde:]
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
==========
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 12
October 1944 no.20/7/16M. heb ik de eer U
beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen
dat het navolgende communiqué deze week in de
pers wordt opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam brengt
ter openbare kennis van marktbezoekers en
marktkooplieden, dat de markten hier ter
stede in verband met de verduisteringsmaat-
regelen uiterlijk een half uur vóór zonsonder-
gang door de marktkooplieden moeten zijn ont-
ruimd.
Derhalve moeten de markten in de week
van 23 - 28 October 1944 om 16.50 uur zijn
ontruimd".
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Handgeschreven aantekeningen in blauwe inkt:]
30 Oct. - 4 uur
16.35 uur
[Links onder, handgeschreven:]
20/7/17 * Formele toon: De brief is geschreven in de formele ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken").
* Verduistering: Het document verwijst expliciet naar de "verduisteringsmaatregelen". Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het verplicht om steden volledig te verduisteren om geallieerde bommenwerpers de navigatie te bemoeilijken.
* Logistiek: De markten moesten een half uur voor zonsondergang leeg zijn. Dit had grote impact op de voedselvoorziening en de werktijden van kooplieden, zeker in de herfst wanneer de dagen korter worden. De exacte tijd voor de genoemde week is vastgesteld op 16:50 uur.
* Administratieve sporen: De handgeschreven getallen (30 Oct. en 16.35 uur) wijzen waarschijnlijk op een latere bijstelling van de tijden of een notitie van wanneer het bericht is verwerkt. Het nummer '20/7/17' linksonder is vermoedelijk een volgend dossiernummer in de correspondentie. Dit document stamt uit oktober 1944, midden in de bezettingstijd en aan het begin van de beruchte "Hongerwinter" in West-Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een loodzware taak, aangezien de voedselvoorziening in Amsterdam kritiek was. De markten waren een essentieel, maar steeds schaarser wordend distributiepunt voor voedsel. De bureaucratische afhandeling van markttijden toont hoe het dagelijks leven, ondanks de oorlogssituatie, strak gereguleerd bleef door zowel de lokale overheid als de bezettingsmacht.