Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 8 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). 20/7/19M.
HB. [handgeschreven paraaf]
8 November 1944.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
=============
Ten vervolge op mijn brief d.d. 1 November jl. no. 20/7/18M., heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat het navolgende communiqué deze week in de pers wordt opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam brengt ter openbare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen, uiterlijk een half uur vóór zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van 13 tot en met 18 November 1944 om 16.15 uur zijn ontruimd".
De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur vraagt aan de wethouder voor Levensmiddelen om een bericht in de kranten te laten plaatsen.
De kern van de boodschap is een wijziging of verduidelijking van de markttijden. Vanwege de dwingende verduisteringsvoorschriften ("verduisteringsmaatregelen"), die door de Duitse bezetter waren opgelegd om geallieerde bombardementen te bemoeilijken, mochten er geen lichten branden na zonsondergang. Dit betekende dat alle publieke activiteiten, zoals markten, ruim voor het donker beëindigd moesten zijn. De brief specificeert dat voor de week van 13 tot 18 november de markten uiterlijk om 16:15 uur leeg moesten zijn.
De toon is formeel en beleefd ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de toenmalige ambtelijke etiquette. De handgeschreven tekens bovenin ("HB." en een paraaf) zijn waarschijnlijk registratiekenmerken van het archief of de betreffende afdeling. De datum, 8 november 1944, plaatst dit document midden in de Hongerwinter. Amsterdam en de rest van West-Nederland waren nog bezet, terwijl het zuiden reeds was bevrijd. De voedselvoorziening was kritiek; markten waren voor de bevolking van essentieel belang om nog aan enige levensmiddelen te komen, hoewel de schaarste enorm was.
De verduistering was een dagelijks terugkerend aspect van het leven onder bezetting. Naarmate de dagen in november korter werden, moesten de markten steeds vroeger sluiten. Dit zorgde voor extra druk op zowel kooplieden als burgers, die in een steeds korter tijdsbestek hun inkopen moesten doen.
De Burgemeester waarnaar verwezen wordt, was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld nadat de zittende burgemeester was afgezet. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de uiterst zware taak om de distributie van de schaarse voorraden in de stad te beheren. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van alledaagse beperkingen in een stad die op dat moment op de rand van de hongersnood balanceerde.