Dienstbrief / Communiqué
Origineel
Dienstbrief / Communiqué 21 november 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam 20/7/21M. [handgeschreven: Verzonden 21/11 [paraph]]
21 November 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==============
Ten vervolge op mijn brief d.d. 16
November 1944 no. 20/7/20M., heb ik de eer U be-
leefd te verzoeken wel te willen bevorderen,
dat het navolgende communique deze week in de
pers wordt opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam brengt
ter openbare kennis van marktbezoekers en markt-
kooplieden, dat de markten hier ter stede, in
verband met de verduisteringsmaatregelen, uiter-
lijk een half uur vóór zonsondergang door de
marktkooplieden moeten zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de week
van 27 November tot en met 2 December 1944 om
16.00 uur zijn ontruimd".
De Directeur,
[handgeschreven handtekening/paraf]
20/7/22 Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin wordt verzocht om een publieke mededeling (communiqué) te plaatsen in de lokale kranten. De kern van de boodschap is dat de markten in Amsterdam eerder moeten sluiten. De sluitingstijd is gekoppeld aan de zonsondergang: marktkooplieden moeten uiterlijk een half uur voor zonsondergang hun plek hebben ontruimd. Voor de specifieke week van 27 november tot 2 december 1944 wordt dit vastgesteld op 16.00 uur.
Het document bevat diverse archiefkenmerken:
* Registratienummers: Links- en rechtsonder staan dossiernummers (20/7/21M en 20/7/22).
* Handgeschreven kanttekening: Bovenaan is genoteerd wanneer de brief verzonden is.
* Stijl: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). De datum van dit document, 21 november 1944, is zeer betekenisvol. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog, en in het bijzonder in de Hongerwinter. Amsterdam was nog bezet door nazi-Duitsland.
De genoemde "verduisteringsmaatregelen" waren dwingende voorschriften van de bezetter. Alle ramen moesten lichtdicht worden afgesloten en straatverlichting bleef uit om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers zich op de steden konden oriënteren. Omdat het eind november al vroeg donker wordt, moesten economische activiteiten zoals de markt vroegtijdig stoppen.
De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal en loodzwaar, aangezien de voedselvoorziening in de stad op instorten stond. Markten waren een van de weinige plekken waar nog (met bonnen of via de zwarte markt) schaarse goederen te verkrijgen waren. De vroege sluitingstijd (16.00 uur) illustreert hoe het dagelijks leven volledig werd gedicteerd door de oorlogsomstandigheden en de natuurlijke lichtinval.