C. Polak
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 45
C. Polak was een marktkoopman actief op de Waterloopleinmarkt (standplaats 175) en later op de Westerstraat en Lindengracht-markt. In 1939 had hij diverse administratieve conflicten met het Marktwezen, waaronder klachten over beschadigde goederen door regen en een zeil, en verzoeken om toestemming voor eigen kraamgebruik. In 1940 werd hij gearresteerd en gevangengezet in de Duitse strafgevangenis in Den Haag samen met H. Rooselaar en A. Dresden. In 1941 opzegde hij zijn vergunning op de Lindengracht en kreeg hij ontheffing om zijn standplaatsen op de Westerstraat tijdelijk onbezet te laten terwijl hij het marktgeld betaalde. Zijn exacte verdere lotgevallen na 1941 zijn in de beschikbare data onbekend.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Schadeclaim/brief van een marktkoopman.
In deze brief dient C. Polak een schadeclaim in voor goederen die tijdens regenval beschadigd zijn geraakt op zijn marktkraam. De kern van de klacht is dat er een "onwaardig zeil" (een kwalitatief slecht of ongeschikt dekzeil) over de kraam was gelegd, waardoor de handelswaar nat is geworden en "bedorven" (onverkoopbaar) is geraakt. De geclaimde schade bedraagt in totaal 3,75 gulden en bestaat uit: * Een trainingspak (0,50) * 13 knotten wol (1,50) * Een zijden tafelkleed (0,75) * Een doos met dassen (1,00) Polak merkt op dat hij in dit bedrag al rekening heeft gehouden met een eigen risico of eigen aandeel in de schade. De toevoeging in de postscriptum ("Deze stal was van Cohen") suggereert dat er mogelijk een overdracht van de staanplaats heeft plaatsgevonden of dat de administratie van de marktmeester nog op een oude naam staat.
Brief / Verzoekschrift
* **Inhoud:** De heer C. Polak, een koopman op de Waterloopleinmarkt, dient een officieel verzoek in bij het Amsterdamse Marktwezen. Hij wil toestemming om zijn eigen marktkraam te gebruiken in plaats van een kraam te huren bij de reguliere verhuurder (de heer Cohen). * **Aanleiding:** Polak voert aan dat hij aanzienlijke waterschade aan zijn handelswaar heeft opgelopen tijdens een regendag doordat het materiaal van kraamverhuurder Cohen van slechte kwaliteit ("ondeugdelijk") was. De verhuurder weigerde bovendien elke vorm van schadevergoeding. * **Toon:** De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("verzoekt U beleefd", "Hoogachtend"). * **Handschrift:** Een duidelijk, geoefend handschrift in inkt op gelinieerd papier.
Ambtelijk bijblad/notitieblok (Alg. Zaken Model No. 14).
Dit document betreft de administratieve afhandeling van een kleinschalig zakelijk geschil op de Amsterdamse Waterloopleinmarkt tussen december 1939 en januari 1940. De kern van de zaak lijkt te liggen in een verzoek om eigen materiaal te gebruiken, wat leidde tot een bespreking over schade tussen de "stallenverhuurder" (de persoon die kramen/materiaal verhuurt) genaamd Cohen en een marktkoopman genaamd C. Polak. Uit de notities van de ambtenaar 'de Boer' blijkt dat er een rapport is opgemaakt en dat de schade uiteindelijk "volgens afspraak" is geregeld. De zaak wordt definitief gesloten wanneer Cohen een bedrag van 3 gulden en 75 cent (f 3.75) aan Polak vergoedt. Op 5 januari 1940 wordt het document definitief opgeborgen (gezien de afkorting "opb").
Brief / Ambtelijke mededeling
* **Inhoud:** De brief dient als officiële intrekking van een eerder verzoek. De marktkoopman C. Polak (gevestigd op plaats nummer 175 op het Waterlooplein) had waterschade geleden door een lek zeil van een gehuurde kraam. * **Compensatie:** De kramenverhuurder, de heer Cohen, heeft Polak een schadevergoeding betaald van 3 gulden en 75 cent (f. 3,75). * **Gevolg:** Omdat de schade is vergoed, trekt Polak zijn eerdere verzoek aan de inspectie in om een eigen stal (kraam) te mogen plaatsen. Blijkbaar was dat verzoek ingediend als reactie op de gebrekkige kwaliteit van de gehuurde materialen. * **Betrokkenen:** * **C. Polak:** De gedupeerde marktkoopman. * **Cohen:** De private ondernemer die kramen verhuurt op de markt. * **J. Renz:** De schrijver van de brief, vermoedelijk een marktmeester of een andere toezichthoudende functionaris die als tussenpersoon fungeert tussen de kooplieden en de inspecteur.
Handgeschreven lijst op gelinieerd papier uit een notitieblok.
* **Layout:** De lijst is systematisch opgesteld met kolommen voor vinkjes, namen, jaartallen en antwoorden. * **Namen:** Veel namen in de lijst zijn van Nederlands-Joodse origine (zoals Polak, Fransman, Drukker, Dessaur en Wekkendam). * **Chronologie:** De jaartallen lopen bijna volledig opeenvolgend van 1840 tot 1859. Gezien de datum 1939 betreft dit zeer waarschijnlijk geboortejaren van personen die op dat moment tussen de 80 en 99 jaar oud waren. * **Status:** De kolom aan de rechterzijde ("wel", "niet", "weet nog niet") wijst op een RSVP of beschikbaarheidscheck voor een evenement of huisbezoek. * **Opvallend detail:** Bij de naam "Dessaur" staat een getal van vier cijfers (4674) in plaats van een jaartal, met de kanttekening "fout" erachter. Dit duidt op een administratieve correctie.
Officieel bericht / Bevestiging van gevangenschap (Haftbescheinigung).
* **Inhoud:** In dit document bevestigt de Duitse Procureur-Generaal officieel dat drie personen (H. Rooselaar, C. Polak en A. Dresden) gevangen worden gehouden in de Duitse strafgevangenis in Den Haag. * **Locatie van detentie:** De genoemde locatie, **Alkemadelaan 12** in Scheveningen, is het adres van de beruchte gevangenis die tijdens de oorlog bekend kwam te staan als het **Oranjehotel**. Hier werden zowel verzetsstrijders als Joodse gevangenen en 'asocialen' door de bezetter vastgehouden. * **Administratieve sporen:** Het grote paarse stempel ("M. 1940 16/12") wijst op een administratieve verwerking door een ontvangende instantie op 16 december 1940, twee dagen na dagtekening. Het referentienummer "StA" staat voor *Staatsanwaltschaft* (Openbaar Ministerie). * **Taal:** Het document is volledig in het Duits opgesteld, wat de directe controle van het Duitse juridische apparaat over deze gevangenen onderstreept.
Administratieve notitie/begeleidend blad van de gemeente Amsterdam (afdeling Algemeene Zaken).
Dit document betreft de administratieve afhandeling van vrijstellingen voor het betalen van marktgeld voor een aantal specifieke Amsterdamse markthandelaren aan het einde van 1940. De genoteerde personen en locaties zijn: 1. **J. Deegen:** Standplaats 40 op het Waterlooplein. 2. **A. Dresden:** Standplaats 78 op het Waterlooplein, wonende aan de Rijnstraat 11. 3. **H. Rozelaar:** Standplaats 207 op het Waterlooplein. 4. Een handelaar woonachtig op de **Majubastraat 163 II**: Standplaats 131 op de Lijnbaansgracht. 5. **C. Polak:** Woonachtig op de Majubastraat 63 II, met standplaatsen op het Waterlooplein (175), de Westerstraat (197) en de Lijnbaansgracht (129). De kern van de notitie is een advies ("m.i." - mijns inziens) om deze personen vrij te stellen van marktgeld vanaf 9 november 1940. De voorwaarde die hieraan verbonden wordt, is cruciaal: zij moeten "per omgaande de legitimatiekaarten" (hun werkvergunningen voor de markt) inleveren. Dit duidt erop dat deze handelaren hun recht om op de markt te staan hebben verloren of hebben moeten opgeven, waarna de gemeente de reeds verschuldigde of toekomstige markttarieven voor een periode van 8 weken kwijtscheldt.
Officiële brief/oproep van de Gemeente Amsterdam.
In deze brief sommeert de directeur van het Marktwezen Amsterdam de heer C. Polak om zich te verantwoorden voor het niet regelmatig bezetten van zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat-markt. De brief is een formele laatste waarschuwing: omdat eerdere schriftelijke waarschuwingen zijn genegeerd, dreigt de gemeente nu de marktplaats in te trekken op basis van het marktreglement. Polak krijgt twee opties (16 of 18 oktober) om op gesprek te komen bij de inspecteur aan de Jan van Galenstraat om de intrekking eventueel te voorkomen.
Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum.
Het document is een interne correspondentie binnen de Amsterdamse gemeentelijke dienst van het Marktwezen. De kern van de notitie is een verificatie van de beweringen van een zekere C. Polak. Polak claimt dat hij geregeld op de markt in de Westerstraat (Jordaan) aanwezig is. De rapporteur spreekt dit formeel tegen en noemt de bewering "ten eenenmale onjuist". Wel wordt bevestigd dat hij op twee specifieke plaatsen staat in gezelschap van twee anderen (Korthof en Vogel). De conclusie van de ambtenaar is dat de eerder verzonden waarschuwing aan het adres van Polak terecht was. De notitie is door verschillende ambtenaren geparafeerd tussen 26 en 31 oktober 1940.
Handgeschreven register/lijst van marktkooplieden.
* **Administratieve structuur:** De lijst is strak georganiseerd in twee kolommen. De linkerzijde betreft non-food (textiel en kleding), de rechterzijde betreft voedingsmiddelen. De nummers in de linkerkolommen verwijzen naar marktplaatsen of vergunningsnummers. * **Goederen:** Het assortiment weerspiegelt de dagelijkse behoeften van die tijd: van basisbehoeften zoals ondergoederen, dekens en aardappelen tot luxe-artikelen zoals koek, chocolade en 'japons' (jurken). 'Ger: visch' staat voor gerookte vis. * **Naamkunde:** De lijst bevat een grote hoeveelheid namen die typerend zijn voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam (o.a. Morpurgo, Meljado, Polak, Markus, Elzas, Boas, Franschman). Dit bevestigt de centrale rol van de Joodse bevolking in de handel op het Waterlooplein. * **Kwantiteit:** Aan de onderzijde van de kolommen staan teltotalen (20/17 en 32+3), waarschijnlijk gebruikt voor dagelijkse controle of belastinginning door de marktmeester. ---
Slotfragment van een handgeschreven brief.
Het document betreft het laatste deel van een formele brief. De tekst "schoone lei te maken" suggereert dat de briefschrijvers een geschil wilden bijleggen of een nieuwe start wilden maken in een bepaalde kwestie (zakelijk of persoonlijk). De afsluiting "Met hoogachting teekenen wij" getuigt van een zeer formele toon. Er zijn drie ondertekenaars verdeeld over twee adressen: 1. **H. Rooselaar** en **C. Polak** woonden aan de Majubastraat 63-hoog in Amsterdam-Oost (Transvaalbuurt). 2. **A. Dresden** woonde aan de Rijnstraat 11 in Amsterdam-Zuid (Rivierenbuurt). De adressen zijn afgekort als "A, dam O" (Amsterdam Oost) en "A, dam Z" (Amsterdam Zuid). De Romeinse "II" achter het huisnummer in de Majubastraat duidt op de tweede verdieping.
Officieel formulier van de gemeente Amsterdam voor het opzeggen van een marktplaats.
* **Inhoud:** Het document betreft de officiële opzegging van een marktvergunning door C. Polak. Het gaat om een vaste staanplaats (nummer 129) op de Lindengracht-markt in Amsterdam. De opzegging wordt gedaan op 7 februari 1941 en gaat in op 10 februari 1941. * **Administratieve verwerking:** Het formulier (kenmerk M.W. 67) is gedrukt in december 1940 (12-'40). Onderaan is de administratieve afhandeling zichtbaar met het stempel "M. 1941" en de aantekening dat de houder per de week van 10 februari is "afgevoerd" uit de registers van het Marktwezen. * **Handschrift:** Het handschrift is een duidelijk, zakelijk handschrift uit de vroege 20e eeuw. De handtekening van C. Polak is voorzien van een karakteristieke krul (paraf).
Ambtelijke brief (doorslag op grijs doorslagpapier).
Het document is een formeel besluit waarin de directeur van de marktdienst twee kooplieden toestemming verleent om hun marktplaatsen op de Westerstraat drie maanden onbezet te laten. De voorwaarde voor dit behoud van de standplaatsrechten is dat het marktgeld wekelijks blijft worden voldaan. De brief is een doorslag van het origineel dat is verzonden naar de Majubastraat in Amsterdam-Oost. De handgeschreven notitie "Verzonden 18/4" duidt op de administratieve verwerking één dag na de datum van de brief.
Doorslag van een officiële brief.
In dit document verleent de directeur van de Amsterdamse Marktendienst een ontheffing aan de heren C. Polak en H. Rooselaar. Zij hoeven hun marktplaatsen op de Westerstraatmarkt gedurende drie maanden niet persoonlijk in te nemen, mits zij het verschuldigde marktgeld wekelijks blijven doorbetalen aan de dienstdoende marktmeester. Het document is een typisch voorbeeld van de ambtelijke afwikkeling van vergunningen in oorlogstijd, waarbij het behoud van inkomsten voor de gemeente (het marktgeld) strikt wordt gehandhaafd, zelfs als de marktkooplieden hun nering niet kunnen uitoefenen.
Koopliedenlijsten
Waterlooplein — standplaats W
Relevante Archieffragmenten
1/4 '39.- L. S. Mw. Swüerde - Mol St. Ant. Breestr. 74, moet onder gewende behandeling blijven is de specialist WPolak.
# TRANSCRIPTIE Waterlooplein [linksboven] 27 Dec: 1939 [rechtsboven] Den Heer Inspecteur [onderstreept] Daar C. Polak pl. n: 175, van de kramenverhuurder Cohen, uitbetaald heeft gekregen de somma van f. 3.75, als vergoeding van de door C. Polak geleden waterschade, tengevolge van een lekkend zijl, vervalt hiermede op verzoek van C. Polak, het verzoek om toestemming tot het mogen plaatsen van ee...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Administratieve indexkaart / registratiekaart. * **Persoon:** J. Polak, geboren 10 maart 1890. * **Locatie:** Uilenburg, Amsterdam. * **Datum:** Oktober/november 1939 - februari 1940. * **Instelling:** Onbekend, mogelijk werkverschaffing of sociale steun.
# TRANSCRIPTIE No 33/90/3 m 1940 Aan den Inspecteur v.h. Marktwesen alhier Volgens een aantekening beweert C Polak dat hij geregeld de Westerstraat bezoekt, dit is ten eenenmale onjuist. Dat hij samen met Korthof en Vogel op twee plaatsen staat is waar. Dat hij een waarschuwing kreeg toe- gestuurd was dan ook juist. 26-10-'40 [onleesbare handtekening] 28-10-40 deHaan geb. 31/10 '40 P
# TRANSCRIPTIE A. Polak plaats 91 Uilenburg R. Polak-Abram plaats 224 K.C. Op andere markten geen vaste plaats en staat niet ingeschreven - d. 17/12 '41