Officiële brief van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van het Marktwezen Amsterdam. 8 januari 1942 (met een handgeschreven vervolgdatum van 10 februari 1942). De Directeur van het Marktwezen - Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). MARKTWEZEN - AMSTERDAM.
Amsterdam, 8 Januari 1942.
No. 37/6/2 M. Jan van Galenstraat 14.
Aan
In verband met de ariseeringsplannen voor de Centrale Markt alhier, heb ik de eer U in bijlage dezes te doen toekomen aanvragen voor inlichtingen uit het Bevolkingsregister ten name van personen, wien toegang tot die markt is verleend, met beleefd verzoek te doen nagaan wie van hen als Jood in den zin der Verordening No.4/1940 van den Rijkscommissaris moeten worden aangemerkt.
Het voor deze inlichtingen verschuldigde bedrag werd heden aan U overgemaakt.
De Directeur,
[Handgeschreven toevoeging linksonder:]
aan Gem.t. besturen:
Kampen [?] [paraaf]
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
Hiermede breng ik U mijn brief d.d. 8 Januari j.l. in herinnering, met beleefd verzoek mij de gevraagde inl. alsnog ter spoedigste te doen toekomen. 37/6/9 M
10/2/42 [paraaf] * Kernboodschap: De brief is een formeel verzoek van de Amsterdamse marktmeester aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk het Bevolkingsregister) om persoonsgegevens te controleren. Het doel is specifiek om te identificeren welke markthandelaren als "Joods" worden geclassificeerd volgens de nationaalsocialistische wetgeving.
* Terminologie: Het gebruik van de term "ariseeringsplannen" is veelzeggend. Arisering was het proces waarbij Joodse eigenaren uit hun bedrijven werden gezet en hun bezit of functies werden overgedragen aan niet-Joden.
* Juridisch kader: Er wordt expliciet verwezen naar "Verordening No.4/1940 van den Rijkscommissaris". Dit was een van de vroege bezettingsverordeningen van Seyss-Inquart die de basis legde voor de definitie en registratie van Joden in Nederland.
* Administratieve efficiëntie: De handgeschreven tekst onderaan toont de bureaucratische vasthoudendheid. Omdat er op 10 februari nog geen antwoord was op de brief van 8 januari, werd er direct een herinnering ("in herinnering") gestuurd om de informatie "ter spoedigste" alsnog te verkrijgen. Dit document is een direct bewijs van de administratieve medewerking aan de Holocaust in Nederland. Het laat zien hoe reguliere gemeentelijke diensten, zoals het Marktwezen, actief betrokken waren bij het uitvoeren van anti-Joodse maatregelen.
In januari 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal economisch punt. Door Joden de toegang te ontzeggen of hun handelsvergunningen in te trekken op basis van de hier opgevraagde gegevens, werden zij direct in hun levensonderhoud getroffen. Het document illustreert de kille, bureaucratische precisie waarmee de bezetter en de meewerkende instanties de Joodse bevolking isoleerden en registreerden, wat een noodzakelijke voorfase was voor de latere deportaties. M. Jan Marktwezen