Officiële brief/dienstmededeling.
Origineel
Officiële brief/dienstmededeling. 28 juli 1942. [Briefhoofd met adelaar en swastika]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
No 37/6/55 M. 1942 [stempel]
AMSTERDAM, den 28.Juli 1942.
MUSEUMPLEIN 19
TEL. 97101
Ref.Wi.
An das
Marktwezen
z.H.von Herrn Sieburg
Jan van Galenstraat
A m s t e r d a m
=====================
Betr.: 6 % Unkosten der arischen Verteilungskommission.
Ich beziehe mich auf die mit Ihnen gestern auf meiner Dienststelle geführte Besprechung und überreiche Ihnen als Anlage die Abschrift des Schreibens des Gemachtigde voor de Prijzen, Den Haag vom 23. Juli 1942.
Ich habe mit Herrn Hinloopen von der Dienststelle des Gemachtigden voor de prijzen telefonisch gesprochen und ihm die Sachlage auseinander gesetzt. Herr Hinloopen ist mit mir der Auffassung, dass die 6 % Unkosten keinesfalls durch die arischen Grosshändler zu tragen sind. Andererseits kann natürlich auch nicht eine Verteuerung der Preise für die jüdischen Verbraucher eintreten, da dadurch leicht der Preisstop auch für den arischen Bevölkerungsteil durchbrochen werden könnte. Die 6 % Unkosten sind vielmehr durch die jüdischen Kleinhändler zu tragen, ohne dass diese sich dafür in den Verkaufspreisen an die jüdischen Verbraucher erholen dürfen [handgeschreven boven 'erholen'], Herr Hinloopen hat dieser Regelung zugestimmt. Nichtsdestoweniger bitte ich Sie, an der von Herrn Hinloopen zum 29.Juli um 10 Uhr vormittags in Den Haag, Bezuidenhoutseweg 66 anberaumten Besprechung teilzunehmen. Zweckmässig nehmen Sie in der vereinbarten Weise zu der Besprechung auch zwei Mitglieder der arischen Grosshandelskommission mit. Über das Ergebnis Ihrer Besprechung im Haag erbitte ich einen kurzen Bericht.
Im Auftrag
[Handtekening: Gombault]
(W. Gombault)
Wirtschaftsreferent
Anlage: 1 Abschrift. Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin de financiële lasten van de distributie van goederen worden besproken binnen het kader van de nationaalsocialistische rassenleer. De kern van de brief betreft een toeslag van 6% aan onkosten voor de "arische Verteilungskommission" (Arische distributiecommissie).
De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
1. Segregatie van kosten: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen "Arische" en "Joodse" marktdeelnemers. De Duitse bezetter wil voorkomen dat de Arische groothandelaren de kosten dragen.
2. Economische controle: Men is bang dat prijsverhogingen voor Joodse consumenten de algemene "prijsstop" (inflatiebeheersing) in gevaar brengen, wat nadelig zou zijn voor de "Arische" bevolking.
3. Exploitatie van Joodse winkeliers: De oplossing die wordt geboden is cynisch: de Joodse kleine winkeliers moeten de 6% kosten zelf betalen, maar ze mogen dit niet doorberekenen aan hun (Joodse) klanten. Dit was een bewuste methode om Joodse ondernemers financieel uit te putten.
4. Handgeschreven correctie: Het woord "dürfen" (mogen) is handmatig toegevoegd om de dwingende aard van het verbod op prijsverhoging te onderstrepen. De brief dateert van juli 1942, een cruciaal en inktzwart moment in de bezettingsgeschiedenis van Nederland. In deze maand begonnen de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen (het eerste transport uit Westerbork vertrok op 15 juli 1942).
Tegelijkertijd was de "gelijkschakeling" en "arisering" van de economie in volle gang. Joodse ondernemers werden stapsgewijs uit het economische leven verdrongen. De "Gemachtigde voor de Prijzen" was een Nederlands overheidsorgaan dat onder strikt toezicht van de bezetter stond. Dit document toont aan hoe de bureaucratie van het Reichskommissariaat tot in de kleinste details (zoals een 6% onkostenvergoeding) werd ingezet om de Joodse bevolking te isoleren en economisch te vernietigen, terwijl de schijn van een stabiele economie voor de "Arische" bevolking werd opgehouden. De genoemde locatie van het Marktwezen (Jan van Galenstraat) verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam. W. Gombault Marktwezen